Home » (reis)verhalen met een glimlag » Namakwaland 2012

'n Grensoorskrydend fietsryavontuur deur suidelik Afrika

Een verslag van de avontuurlijke fietsreis door Namakwaland, zuidelijk Namibië en de Kalahari van 9 september tot en met 1 oktober 2012


“Wie één keer door Zuid-Afrika gebeten is, laat nooit meer los” is een uitspraak van Prins Claus (1926-2002). My verliefdheid vir dit land is net so. Ek laat die Regenboognasie so nooit as nimmer meer los nie. Reise na Suid-Afrika voel as ’n warm tuiskom.


Weer eens na my geliefde reisbestemming

We vliegen weer op Kaapstad. Monique heeft al weer een nieuwe reis uitgezet in zuidelijk Afrika. Vorig jaar hebben we de oostkant ontdekt. En nu gaan we naar de westkust van Zuid-Afrika en doorkruisen zuidelijk Namibië en de Kalahari-woestijn. Ik had niet gedacht dat we zo snel al weer naar Zuid-Afrika en Namibië zouden afreizen. Erg kan ik het niet vinden natuurlijk. Mijn liefde voor deze landen hoef ik denk ik niet meer uit te leggen …

Slechts één dag zijn we, mijn broer en ik thuis. Nog niet bekomen van onze fietsvakantie in Frankrijk, ben ik die zaterdag druk in de weer. Na rustig koffiedrinken en de post bekijken, wassen, drogen, spullen opzoeken, tas inpakken; ik pluk nog wat fietskleding uit de laatste gedraaide was, als de deurbel al gaat. Tjeerd staat voor de deur en wacht geduldig als ik de laatste dingen in de tas stop. We vertrekken met de auto naar Badhoevedorp. In Wieringermeer eten we nog even lekker op een terras, nog net even in de zon. Het is heerlijk zomers weer, zo’n 24 graden. Bij Jules en Mirjam kletsen we lekker bij.

Op een fatsoenlijke tijd stappen we uit bed. Na het ontbijt brengen Jules en Mirjam ons naar Schiphol. Het inchecken gaat vlekkeloos. De bagage valt ruim binnen de bagagelimiet. Onze fiets hebben we niet bij ons, want KLM vraagt tegenwoordig belachelijke prijzen voor de heen- en terugreis (€ 200 enkele reis). Hiervoor zijn we gewaarschuwd door Cor en Corrie. En zelf heb ik de nodige discussie gevoerd met KLM, om mijn ongenoegen hierover te uiten.

Er gaan weer bekenden mee op reis. Jan en Herman zoeken ons in het vliegtuig even op. Zelf buurt ik even bij Cor en Corrie. De rest van de groep hebben we nog niet leren kennen … Ik begin in Een kleine geschiedenis van bijna alles, waar ik leer dat de gemiddelde afstand tussen sterren meer dan 30 miljoen maal een miljoen kilometer is, zelfs met een snelheid als die van het licht zijn dit buitengewoon uitdagende afstanden voor welk reizend individu dan ook. Het boek is best interessant, ondanks dat er veel wetenschappelijk gekletst voorbij komt in het hoofdstuk ‘Verdwaald in de kosmos’ waarvan ik de helft nog niet kan onthouden. Met muziek van Birdy erbij is het genieten.

Op het vliegveld van Capetown maken we kennis met de andere helft van het reisgezelschap en gaan we op zoek naar Monique. Op zoek? Ja echt, het is de eerste keer dat Monique ons niet op staat te wachten. Ze blijkt, zo wijst een telefoontje uit, in de parkeergarage rond te dolen. Niet veel later arriveert ze dan toch en is het weerzien weer hartelijk en warm. We hoeven slechts twee minuten, nou ja een beetje langer door een warrige rotonde, te rijden naar de Road Lodge. Het wegennet is sinds onze laatste keer in Kaapstad (in 2008) behoorlijk uitgebreid. In het hotel volgt een welkomstborrel. Monique baalt er knap van, dat ze ons niet behoorlijk had ‘opgevangen’ op het vliegveld. Tjeerd baalt van een kapotte spiegelreflexcamera. De spiegel van de camera heeft het begeven.

Zondag 9 september 2012 Dag 1 Vliegreis van Schiphol naar Kaapstad circa 10.000 km


Kuiervreugde

In de bus gaan we via de Cape Namibia route op weg naar Kamieskroon. Met het verlaten van Kaapstad (een afslag is zomaar gemist) waar de Tafelberg in ‘n wolkendeken is gehuld, verlaten we ook de drukte van de stad. Na een lange reisdag met afwisselende landschappen en afwisselend weer, bereiken we Kamieskroon in de namiddag. Na een korte briefing en wat drinken ga ik een stukje hardlopen. De anderen maken de fiets rijklaar. Tjeerd is zo lief mijn fiets ook in orde te maken, zodat ik wat kuiervreugde kan opvangen. Het lopen op grondpad tussen de Kamiesbergen gaat redelijk. Het is lekker warm en het is genieten van de mooie natuur om me heen. Voorbijgangers groeten vriendelijk. De terugweg voor de wind is zowat nog zwaarder dan de heenweg. Het loopt nog behoorlijk omhoog, waardoor mijn tempo zakt. Mijn gedachten gaan even naar mijn Pa en Ma … dit was hun trouwdag, het is al weer acht jaar geleden dat we dit (hun 50e) voor het laatst hebben gevierd. Met 6,5 km op mijn meter ben ik weer terug in het Kamieskroon hotel. Tevrede stort ek my loopsweet af.

’s Avonds bij het eten geven Tjeerd en ik Monique de fotoboeken 2011 cadeau en worden ze (alom) bewonderd. Zelf krijg ik van haar een reisgids Journey through The Living Deserts of South Africa. Na het eten draait er een diapresentatie van de bloemenpracht in Namaqualand. Morgen gaan we dit met eigen ogen aanschouwen. Na een drankje in de bar, trekken we ons terug naar onze kamer voor een heerlijke nachtrust. Tjeerd verwent Monique nog met een extra cadeautje …

Maandag 10 september 2012 Dag 2 Transfer van Kaapstad naar Kamieskroon circa 500 km via Cape Namibia route


Oorweldigend natuurskoon

Voordat onze fietstocht begint leg ik eerst nog even Kuiervreugde vast. Bij het terugrijden realiseer ik me ineens dat ik nog aan de verkeerde kant van de weg fiets … Links van grondpad fietsry is die egte Afrikagevoel. Eerst hebben we nog even oog voor onze fiets. Een huurfiets is toch altijd even wennen. Maar al gauw fietst het lekker en trekt het natuurschoon onze aandacht. Elke 100 meter zou ik een foto willen maken. En het wordt al maar mooier. We hebben het Namaqua National Park dan nog niet eens bereikt als de bloemen al in verschillende kleurschakeringen voorbijkomen. Bij de laatste afslag naar dit park, valt mijn oog op het Pannekoek paleis en Kanariesfontein. Het Afrikaans mag dan veel op het Nederlands lijken, het lijkt of deze taal meer snaakse uitdrukkinkies biedt. Niet lang daarna wemelt het van de (auto)toeristen, die soms gekke capriolen uithalen om mooie foto’s te maken. Monique komt ons ook voorbij. Haar heb ik nog nooit zoveel foto’s zien maken. In het park zelf zien we waarom Skilpad aan de naam van het park is toegevoegd. Het park is de thuisbasis van ’s werelds kleinste schildpad, de Namakwa Gevlekte Padloper. Of de door Tjeerd ontdekte schildpad ook naar deze naam luistert, durf ik niet te zeggen. We genieten in elk geval van zijn of haar trage sluipgang door het weelderige natuurschoon. Tjeerd kan het gelukkig ook vastleggen doordat hij een fotocamera van Herman leent (die eigenlijk van zijn vrouw is). De spiegelreflexcamera heeft hij niet meer aan de praat kunnen krijgen … Dan bereiken we het dak van Namaqualand. Daar treffen we een klipdassie en een Nederlands stel, wat al een paar weken door Zuid-Afrika trekt. Ze zijn niet verbaasd dat wij Nederlanders zijn Wie fietsen hier anders?  We vervolgen onze fietstocht na van het uitzicht te hebben genoten. Een sterke afdaling volgt. Het is oppassen geblazen. Het grondpad is zo belabberd, dat ik niet meer om me heen kan kijken om te genieten van het prachtige landschap. Ik waag toch even een noodstop om een mooi kiekie te maken. Ik ben blij met de huurfiets (Trek ATB) met goede terreinbanden welke ik behoorlijk door - of beter gezegd over - de kuilen en andere oneffenheden kan sleuren. Marc had minder geluk horen we bij de eerste koffiestop, hij heeft de eerste schermutseling met het grondpad moeten bekopen met flinke schaafwonden. Bij de koffiestop geven we de voiture balai (de bezemwagen, die zo wordt genoemd omdat hij de zwakken en zieken, die niet langer op de fiets de finish kunnen bereiken) een andere betekenis. Doordat het grondpad zo slecht is schieten we niet echt op en we liften zodoende over een afstand van 26 km mee. We zijn niet de enigen. Een paar kilometer voor Soebatsfontein, een kleine nederzetting (wel heel klein want ik kan het me nauwelijks herinneren) komt een fietser ons tegemoet. Het is André, die tegen een dicht hek aangelopen is. Een hek is echter (te allen tijde) te openen en we vervolgens onze weg met één fietser extra in de voiture balai. Niet veel later zien we de snelle fietsers in ons gezelschap. Herman blijkt wat problemen te hebben met zijn fiets en vervolgt zijn weg op de fiets van André. Wij hobbelen in de bus over het grondpad voort. Niet echt geschikt voor zwakken en zieken … je nieren stuiteren bij tijden richting je longen. We gaan het dus weer proberen de laatste 20 km. Althans dat denken we … Het resterende stuk blijkt iets langer te zijn. Onderweg kijken we al verbaasd naar onze routebeschrijving. Hebben we nu een splitsing (naar links) gemist? Of zijn we later opgestapt? Pas bij een afslag naar rechts weten we dat we echt wel goed zitten. We zijn echter wel zo’n 10 km verder dan de routebeschrijving aangeeft. Daar begint het asfalt en even later komen we bij de slagboom van De Beers (mijnbouwwinning van diamanten) in Koingnaas. We moeten ons legitimeren bij dit controlepunt. Herman stapt met ons het winderige gebouwtje binnen. Onze papieren waaien bijna naar buiten (staat er een deur open?). Met papier (wat toestemming geeft om het gebied te betreden) vervolgen we onze weg voor de wind. We jagen met een tempo van 30 km per uur over de asfaltweg en halen Cor en Corrie bij. Na nog een afslag en nog één (de laatste is door Jan gemist) bereiken we de Noup huisjes aan zee. De zee buldert met kracht op de kust. Wat een pracht locatie, al is de wind wel wat fris. Monique is al druk met de voorbereiding van het eten. We overnachten in voormalige diamant-duikershuisjes welke prachtig zijn ingericht. Tot in de kleinste details is de inrichting verzorgd. We genieten van een prachtige zonsondergang (en later een heldere sterrenhemel) en een heerlijk driegangendiner, wat Monique voortreffelijk in elkaar heeft geknutseld.

Dinsdag 11 september Dag 3 van Kamieskroon naar Koingnaas bijna 100 km


Mistige natheid

Lekker uitslapen tot bijna acht uur. Wel twee keer wakker ’s nachts, maar ik slaap heerlijk met het ruizen van de zee op de achtergrond (of had ik nu oordopjes in?). Het lopen komt er vanochtend niet van (gisteren wel gepland vanwege een laat ontbijt); mijn benen voelen nog erg vermoeid aan en het is ook behoorlijk mistig en dampig. Toch een klein nadeel van aan zee zitten. We ontbijten relaxed (om 8.30 uur) en hebben daarna nog even tijd voor onszelf. Tjeerd knutselt een nieuwe fietscomputer op zijn fiets en ik begin in Journey Through the Living Deserts of South Africa. Om elf uur drinken we een gezamenlijk bakkie koffie, waarna we vertrekken voor onze fietstocht van zo’n 50 km. De mist is echter nog niet opgetrokken en het voelt ook erg koud aan. We verlaten ons huisje Naas naas als laatste maar zien al snel de anderen fietsen. Of staan ze nu stil? De snelste mannen, Gerard sr (onze nestor) en Peter, zijn met een sleutel op pad gestuurd en hebben het verkeerde pad gekozen. Schreeuwen heeft geen zin en wachten in de kou is ook geen pretje. We fietsen toch maar richting hek en daar ligt tot onze verbazing ook een sleutel. Die snelle mannen hebben we dus niet meer nodig om onze weg te vervolgen. De kou slaat mij op de plasspieren en bij de afslag op het asfalt, zoek ik al voor de tweede keer een geschikt plekje. De mist slaat om in steeds meer nattigheid. Het is allesbehalve fietsweer. De route is hierdoor weinig inspirerend. Er is geen wild te zien. Heel soms lijkt het even een beetje lichter te worden in de lucht en zien we in de verte weer fietsers. Even later verdwijnen de fietsers echter weer net zo hard in de mist (als sneeuw voor de zon is hier geen goeie uitdrukking). Door de harde wind ben ik al gauw aan een eetpauze toe. Ook dit doe je niet voor de lol met dit weer … met het consumeren van een broodje loop ik dan ook maar wat heen en weer en kijk wat naar de mooie vetplantjes (het zal wel anders heten) om me heen. In de verte ontwaar ik Cor en Corrie met hun felgele regenjasjes. Ze passeren ons weer, zodat we straks hun weer voorbij kunnen fietsen. Het achterste deelnemersveld bestaat verder nog uit Erwin en Gerard (broers), André en Marc. Tjeerd en ik halen ze telkens wat in (vooral op de pittige glooiende gedeelten), om ze vervolgens weer voorbij te laten gaan als we pauzeren … de kou blijft zijn tol eisen bij mij waardoor ik vaak van de fiets moet. Na 38 km ontwaar ik de bus van Monique. Dichterbij gekomen zien we hoe smerig de bus is. Of het dit nu is, of mijn versnelling die niet helemaal goed meer loopt, we besluiten in elk geval om in te stappen voor de laatste 14 km. Zodat we niet vies gaan worden over het laatste stukje grondpad. Zo bereiken we gemakkelijk en warm de camping bij de boerderij in Kleinsee (nog geen zee te zien!). Monique heeft kamers geregeld vanwege het slechte weer. Onze kamer (twee bedden en een tafeltje) lijkt wel een uitdragerij met onze drogende fietskleding over de balken. ’s Middags is er nog genoeg tijd om de omgeving van de boerderij te bekijken. Het is nog wel triest weer, maar inmiddels wel droog geworden. Tjeerd sleutelt aan mijn fietswiel, maar het juiste gereedschap blijkt niet aanwezig te zijn. Wat smeerolie doet echter ook wonderen. Ik fotografeer wat snaakse uitdrukkinkies, als ‘Peace starts with a smile’, ‘Life is a song, sing it’ en ‘Life is not about finding yourself, life is about creating yourself’. En Tjeerd ontdekt de Houthoop weerstasie. Aands geniet ons potjieskos en het gezelschap van Cor en Corrie aan onze tafel in het restaurant. We gaan vroeg naar bed, onze buren Jan en André halen de kamer nog overhoop op zoek naar … ja, naar wat eigenlijk.

Woensdag 12 september Dag 4 van Koingnaas naar  Kleinsee 53 km


Ons kies nie die verkeerde pad nie

Dit reën snags ou meide met knopkieries. Ná reën kom sonskyn as ons ontwaak met voëltjiesgetjilp. We ontbijten weer heerlijk in de buitenlucht. Tjeerd en ik vertrekken net na negenen van de camping. We fietsen langs de kust naar Port Nolloth. Het is lekker qua temperatuur. Er is een bijna wolkenloze hemel en we hebben half de wind mee. Bij de ingang van het dorp moeten we al weer ons paspoort laten zien. In het dorp gaan we op zoek naar het museum. Het is maar klein en gaat voornamelijk over de diamantwinning in het gebied. Tjeerd koopt er een twaksak voor zijn mobiel, maar welke dus eigenlijk voor tabak is bedoeld. Het telefoontje past er prima in. We kopen ook nog twee pennen, waarvan de opbrengst bedoeld is voor het goede doel (bestrijding kanker). Monique komt daar ook langs, als wij op het punt staan om te vertrekken. Na nog wat foto’s vervolgen we onze weg, Fourth street is daarbij niet echt te vinden … We fietsen al gauw weer het dorpje uit, nadat we eerst weer bij een controlepost onze paspoorten moeten laten zien én het papiertje wat we twee dagen geleden hadden gekregen, moeten inleveren. Gelukkig heb ik het bewaard … In de verte zien we een fietsende ‘mier’ een bult opkruipen. Moeten we daar echt op? Ik kijk nog eens naar de routebeschrijving. Ja, we moeten links, dan lijkt het dat we flink moeten klimmen. Dan moet ik eerst wat energie innemen in de vorm van een banaan. Het jackje wat ik bij de grenspost had aangedaan, kan nu wel weer uit vermoed ik. Alhoewel het enigszins bewolkt is geworden, is de temperatuur voor het fietsen nog aangenaam. Terwijl we daar staan te eten, zien we Monique voorbij rijden in de bus en zien we haar tot onze verbazing wel de (doorgaande) weg naar rechts nemen, en dus niet de bult op. We zien André toch die bult op gaan, die gaat dus blijkbaar fout. Dan lezen we weer de routebeschrijving, er staat toch écht links! Waarom gaat Monique dan rechts? We gaan toch ook maar naar rechts. En de volgende afslag 1,5 km verderop bevestigt ons dat het links aanhouden volgens de routebeschrijving toch rechts moet zijn geweest. Het grondpad is slecht en we moeten ons concentreren op het fietsen. Na een tijdje maak ik me toch wat zorgen, we moeten Monique toch maar even waarschuwen dat in elk geval André verkeerd is gefietst. Ik heb geen bereik, Tjeerd ook niet, tot we weer een paar kilometers verder zijn. Daar stuurt Tjeerd een sms’je. We ontvangen geen bericht terug. Na een tijdje breekt de zon weer door de wolken en wordt het nog iets aangenamer om te fietsen, al is het wel goed uitkijken waar je fietst. Hier en daar is het weer erg mul en is het grondpad eerder een zandpad. Tjeerd ontdekt weer een schildpad in de berm en bekijkt hem met zijn fotocamera van alle kanten. Een uurtje later bereiken we de koffiestop, waar het allesbehalve druk is. Iedereen is verkeerd gefietst, behalve wij. Hadden wij het geluk dat we achter Monique aanfietsen! De door Tjeerd gestuurde sms, ontvangt Monique op dat ogenblik. Vergeefse moeite dus. We genieten van het uitzicht op de kust en de rust van de koffiestop. Als we later weer onze weg vervolgen naar Port Nolloth, moeten we soms aardig ploeteren door het mulle zand. Gelukkig zijn het maar korte stukjes en kunnen we ook genieten van de omgeving. Na ruim 60 km staan we ineens weer op een asfaltweg. We slaan linksaf naar de kust en hebben de wind van opzij. En de wind is hard, we kunnen er gewoon tegenin hangen. Tjeerd voert het tempo nog even op over deze glooiende weg en we bereiken drie kwartier later de camping in Mac Dougallsbaai, een klein vakantieresort vlakbij Port Nolloth. We zetten voor het eerst de tent op. De camping ligt pal aan zee. ’s Avonds is het flink koud door de harde wind. We eten onder de luifel en krijgen de verkiezingsuitslag in Nederland te horen via de telefoon. De vader van Monique geeft het spannendste verslag van verkiezingen, wat ik ooit heb gehoord. Het lijkt wel een sportwedstrijd … die man kan zo bij de radio.

Donderdag 13 september Dag 5 van Kleinsee naar Mac Dougallsbaai 78 km


’n Beetje cultuur snuiven

We slapen vandaag een beetje uit (tot kwart over acht). En ik stap nog even onder een frisse douche (voorzien van heerlijke massagestraal) voor het ontbijt. Na de was te hebben verzameld vertrekken we met Monique in de bus naar Port Nolloth. Monique dropt ons in het kustdorpje en we gaan op verkenningstocht. We belanden al gauw in het museum. Daar vertelt George enthousiast over zijn duikverleden en zien we veel jutterspullen en foto’s en krantenartikelen, waarop ik George in zijn jonge levensjaren herken. Na een kopje koffie bij de buren van het museum dwalen Tjeerd en ik een beetje door het dorp. In een biltongshop waag ik een poging om een (2e hands) Afrikaanstalig boek te kopen. De verkoopster vertelt dat die boeken altijd gauw weer zijn verkocht aan de plaatselijke bevolking. Ze is erg belangstellend naar onze reiservaringen en we vertellen haar van alles. Met een zakje biltong en water verlaten we de shop en gaan we op zoek naar een geldautomaat. Die is zelfs in zo’n klein dorpje, waar je volgens een reisgids het gevoel bekruipt dat je aan het einde van de wereld staat, te vinden. Het dorpje stelt verder niet veel voor. De meeste bezoekers zijn vissers en schapenfokkers uit de directe omgeving. We vinden echter ook een heerlijke plek om een lunch te nuttigen. We zitten bij Mar-e-sol (a fully licensed espresso-bar) uit de wind en in de zon, waardoor het heerlijk warm is. Het dorpje is vergeven van politiemensen, maar als er een paar schooiers opdringerig worden zijn ze nergens te bekennen … Hierna lopen we langs de kust terug naar de camping. Port Nolloth was vroeger een haven voor het vervoer van kopererts, maar tegenwoordig is de visserij de belangrijkste bron van inkomsten. Er wordt hier echter niet op vis of kreeften gevist, maar op diamanten, die met grote, op stofzuigers lijkende apparaten van de zeebodem worden gezogen. ’s Werelds grootste armada van grondverzetmachines doorploegt hier de kuststrook, waarbij elk jaar een schat aan diamanten wordt gewonnen. De hele kust tussen Kleinsee en Oranjemond staat onder beheer van de in 1880 door Cecil John Rodes opgerichtte De Beers Consolidated Mining Company. Waar je kijkt in het water, zie je deze boten met stofzuigers liggen. Als we langs de Rocky Shores lopen, stuiten we al gauw op een doodlopend paadje, wat naar een kleine woongemeenschap loopt. We vragen hier een bewoonster de weg, waarop ze meteen haar man die een klein beetje (maar dan ook een heel klein beetje) Engels spreekt, roept. Hij leidt ons weer op het goede pad en dat is maar goed ook, want een vervaarlijke blaffende hond volgt ons met grote belangstelling. Al gauw komen we dan op het strand en vergapen we ons (met onze camera’s) aan het natuurschoon in de vorm van schelpen in allerlei vormen en maten, enorme algen en de rotspartijen op het strand en de prachtige blauwe zee op de achtergrond. In een klein uurtje zijn we weer terug op de camping, waar we kennismaken met André. Hij heeft een dopje (beschermkapje) voor de wiellager van de aanhanger van Monique gefabriceerd. In zijn robuuste pick-up welke hij zelf heeft gebouwd mag Tjeerd een stukje rijden, maar hij laat deze kans voorbijgaan. André laat ook zien hoe je van closetpapier een stevig touw kan maken … Na een tijdje ontspannen ga ik toch een eindje lopen. Ik verbaas me over de luxueuze (vakantie)huizen die ik aantref in een wijk vlakbij de camping. Bij het verlaten van deze wijk kom ik op een zanderig pand. Dit loopt lastig en ik pas mijn tempo aan. Het pad leidt tot verschillende baaien. Na drie kilometer kies ik een paadje richting zee. Dit begint steeds meer op een survival te lijken; alvast een goede training voor de Adventurerun op Ameland. Het pad langs zee slingert over zand en rotspartijen en hier en daar moet ik over water springen. Aan het strand zie ik een dode zeehond liggen. Het is een treurig gezicht … Even later kom ik in een baai, waar een groep flamingo’s staat. Het zijn er zeker 35 stuks (na twee keer natellen weet ik het zeker) en het is een adembenemend gezicht. Jammer dat ik mijn camera niet bij me heb. Na ruim vijf kilometer en 42 minuten ben ik weer terug op de camping. Na een beetje drinken stap ik snel onder de douche, omdat het al snel afkoelt in de namiddag. De was is klaar en het is op een grote hoop terechtgekomen. Dat wordt uitzoeken … ’s Avonds eten we geelvis welke Monique op de braai heeft klaargemaakt. Het is weer vrij winderig waardoor het erg koud is. De een heeft er wat meer last van dan de ander. ’s Nachts hebben we het wel lekker warm omdat de tent ons beschermt tegen de koude wind. Ik slaap redelijk, ben minder vaak wakker dan anders en hoef er slechts één keer uit.

Vrijdag 14 september Dag 6 rustdag in Mac Dougallsbaai


Honger maak rou bene soet

In de ochtend merk ik dat ik tijdens het nachtelijke uitstapje een (nacht)lens ben kwijtgeraakt. Ik baal er even behoorlijk van. Dat gaat veel geld kosten … De wind is nog niet gaan liggen als we Mac Dougallsbaai verlaten op de fiets. In het kielzog van Tjeerd weet ik de eerste 35 km wel vol te houden. We hebben er dan wel even genoeg van en liften vanaf de koffiestop een stuk (38 km) mee. Windkracht 6 (schatten we in) is iets te veel van het goede als je totaal 95 km te gaan hebt. Vlak voor een klim over de Anenouspas stappen we echter weer op de fiets. Sommigen stappen boven aan de pas op, maar dit is te mooi om te laten gaan … Het is een pittige klim van 8% over 6 km en het hoogste punt is (slechts) 955 meter. Bij het opstappen voelt het behoorlijk warm aan (dat was in de bus toch anders…), echter niet onaangenaam. Het is weer even wennen op het vlakke en dan gaat het echte werk beginnen. Bij het fietsen mis ik eigenlijk net het juiste tandje achter … na 25 (soms net te zwaar) komt het grootste blad 30 en ben ik aan het freewheelen, wat dus niet echt lekker fietst en waarmee ik ook niet erg opschiet. Daarbij komt nog dat ik bijna van de fiets geblazen word door de harde wind. En toch … geniet ik. Want ik ben blij dat ik weer op de fiets zit en wat krachtsinspanningen kan verrichten. De natuur om me heen is prachtig en ik houd zelfs Tjeerd in mijn vizier. Op de vermeende top van 905 meter (zoals onze routebeschrijving vermeldt) vergezelt Marc ons even bij een korte stop (dat klimmen maakt hongerig). We klimmen nog twee kilometer verder naar de échte top en dan … kunnen we eindelijk een beetje profiteren van de wind. De weg naar Steinkopf glooit heerlijk naar beneden. Het missionarisdorp laten we echter rechts liggen, omdat we overnachten op Kooh Rooh Kooh (Namanaam voor ‘zonopkomst als de vogels zingen’). We wassen ons primitief met ‘n teil koud water. Het eten klaargemaakt door Nama’s smaakt heerlijk, maar is een beetje weinig voor onze hongerige magen … fietsers hebben toch écht meer nodig na zo’n ploetertocht. ’s Avonds bewonderen we de heldere sterrenhemel en ontdekken we naast het Zuiderkruis ook mijn sterrenbeeld (Virgo). Ik slaap met negen mannen in een grote kermistent, terwijl Cor en Corrie in een Namahuisje slapen. Het valt me niet tegen in de grote tent; ik slaap heerlijk. De wind is ’s nachts gaan liggen.

Zaterdag 15 september Dag 7 van Mac Dougallsbaai naar Steinkopf 95 km


Slegs een stukkie skaduwee

Om zeven uur is de wind in alle hevigheid terug. En in de eerste 15 kilometer blijft de weg ook nog stijgen tot maar liefst 1005 meter (Kooh Rooh Kooh ligt op ongeveer 860 meter). Hierna blijven we tot de koffiestop bij een picknickplaats op 35 km lekker doortrappen, we hebben nog wel tegen de wind maar met flink meetrappen schieten we lekker op. Na de pauze besluiten Tjeerd en ik niet meer mee te trappen; de wind stuwt ons dan voort met een gemiddelde snelheid van ruim 27 km. Door het freewheelen kunnen we genieten van de omgeving die steeds rotsachtiger wordt. Het landschap is bezaaid met kokerbomen en kleurrijke wilde bloemen. Waarom zou je nog harder willen fietsen in deze omgeving? Bij een voormalige padstal bewonderen we van dichtbij een kokerboom en de halfmens. Deze laatste is één van de weinige planten die kan overleven in een woestijnklimaat. Ze groeien uiterst langzaam en zijn zeldzaam. De Khoekhoelegende beweert dat toen hun voorouders, door strijdende stammen vanuit Namibië naar het Zuiden gedreven werden, ze een aantal keren met verlangen omkeken over de Oranjerivier naar hun land dat ze achterlieten. Om hun lijden te verlichten werden ze door een sympathieke god omgezet in bomen, die eeuwig staren naar het Noorden. Vandaar de naam halfmens. Na de Vijfmijlspoort pauzeren we weer even in het enige stukje schaduw, wat gevormd door een klein boompje langs de kant van de weg. Onder de boom liggen wat rotsen waarop we lekker kunnen zitten voor ons broodje pindakaas (Ja, echt! Dat hebben ze ook in Zuid-Afrika.). Vlak hierna zien we de grenspost naar Namibië al liggen. We vervolgen echter onze weg via een grondpad links (aan de zuidkant) van de Oranjerivier. Het is heel apart hoe hier het landschap verandert. We fietsen door een groene vallei met aan onze linkerhand torenhoge rotspartijen. Vioolsdrif is ’n klein-klein dorpie in the middle-of-nowhere. Zo lijkt het althans. Je herkent een winkel slechts aan een groot (ongeschonden) Coca Cola reclamebord. Er staan weliswaar ook nog een brievenbus en postbussen voor, maar het gebouw vermoedt geen supermarkt (waar je pindakaas kan kopen). Wat je verder ziet, is hier en daar nog een huisje, een verdwaald en verroest autowrak en verder niks …  Ineens is er dan een afslag naar Aquacada Camp, waar we een prachtig groen resort aantreffen. De rest van de groep is al lang aanwezig. Zij hebben dus wel doorgetrapt. Met Monique zoek ik tevergeefs in een vogelboek naar een vogeltje wat we bij de voormalige padstal hebben gespot. Vandaag kunnen we lekker relaxen in een eenvoudig huisje, waar we echter van alle gemakken zijn voorzien (elektriciteit, koelkast, ruime badkamer, etc.). Het is die middag in het huisje bijna aangenamer dan buiten. De avond verloopt heerlijk zwoel. We zitten in zomerkleding bij het avondeten (Herman doet ‘n cabaretieract aan de telefoon) buiten tot half elf. Het is toch winter hier? Dat zou je niet zeggen … wat heerlijk deze zomerse temperatuur!

Zondag 16 september Dag 8 van Steinkopf naar Vioolsdrift 77 km


Grens over naar Nambië

De eerste fietskilometers leiden ons weer langs de Oranjeriver. Het lijkt zo mogelijk nog mooier dan de dag ervoor en ook nu schieten we niet erg op over dit gedeelte omdat we meer oog hebben voor de omgeving dan het fietsen. Bij de grens naar Namibië worden we al gewenkt door een douaneman. We halen echter eerst nog even geld alvorens we ons melden bij de grenspost. Gelukkig zijn de anderen van de groep ons weer voor en hebben al uitgelegd wat we hier komen doen, zodat wij alleen nog een briefje hoeven invullen en dan gauw onze weg kunnen vervolgen. Het is heel apart, de natuur langs de Oranjerivier is prachtig groen (met name door de druiven- en fruitboomgaarden die natuurlijk goed nat worden gehouden) terwijl het landschap langzaam verandert in een soort maanlandschap. We zijn nu aan de noordkant van de Oranjerivier en er is nauwelijks begroeiing. De asfaltweg door dit landschap verbreekt een beetje de Afrikasfeer. Ik fiets dan liever op grondpad … Bij de koffiestop doen we ons weer tegoed aan allerlei versnaperingen, als er ook nog een paar Afrikaanse fietsers langskomen. Die zie je hier niet gauw … Na een makkelijke fietsdag komen we vlakbij Aussenkehr weer bij de Oranjerivier. Hier komt de kleur weer terug in het landschap. Al gauw bereiken we de camping die gelegen is bij Norotshama River Resort lodge. Door onze vroege aankomst kunnen we hier heerlijk relaxen. Een goede douche wordt gevolgd door muziek op mijn MP3 in de tent …buiten de tent waait het me net wat te hard. ’s Avonds is het bewolkt maar ontdek ik nog wel het Zuiderkruis aan de sterrenhemel.

Maandag 17 september Dag 9 van Vioolsdrift naar Aussenkehr 64 km


Kuiervreugde tussen die druiwestokke

Vanwege een rustdag ontbijten we weer wat later. Het is nog fris aan het ontbijt en nog steeds bewolkt. Na het ontbijt gaat ieder zijn eigen gang. Tjeerd poetst de fietsen schoon en ik begin in Wals met Matilda (’n eietydse, aktuele roman van Dan Sleigh), welk Afrikaans boek ik vorig jaar nog op het vliegveld van Johannesburg heb aangeschaft. In de loop van de ochtend wordt het steeds zonniger en warmer. Tegen het middaguur trek ik mijn loopschoenen aan. Tjeerd zwaait me uit als ik het kampeerterrein verlaat. Ik loop eerst richting rivier maar kan niet langs de rivier lopen. Daarom kies ik mijn pad door de wijngaarden. Deze gaarden zijn omgeven door reusachtige bergen. De lucht is inmiddels strakblauw en doet bijna zeer aan de ogen … Het lopen is rustig om deze tijd, omdat de plukkers lunchtijd hebben. Tijdens het lopen ruik ik het aroma van de druiven. Het is flink zweten, het lijkt wel steeds warmer te worden, de zon schijnt fel op mijn schouders. Als ik de camping weer op wil lopen, stuit ik een paar keer tegen een dichte omheining. Uiteindelijk heb ik 9,3 km gelopen als ik om lunchtijd weer op de camping arriveer. Mooi getimed dus en lekker een broodje gegeten. Daarna relaxed in bad gelegen. Aan het eind van de middag helpen we de wasdames onze was weer uitzoeken … ook nu is het wat in de war geraakt. De was is weer lekker schoon en droog, al kost het wat meer geld (wel drie keer zoveel) dan de eerste keer. We bezoeken daarna met z’n allen (in de bus) een spectaculaire canyon in de buurt van de camping. De canyon is indrukwekkend. Het is alleen jammer dat we door de harde wind bijna van een berg af worden geblazen. We wachten daarom maar niet op de zonsondergang. Net op tijd (voor sluitingstijd) bereiken we weer het resort, waar we vanavond in het restaurant eten. Een wildbuffet wordt gevolgd door een gezellige nazit op het terras.

Dinsdag 18 september Dag 10 rustdag Norotshama River Resort 


Asemrowende uitsigte

Uit mijn dagboek: ‘Al weer een mooie fietsdag in Nambië. In een prachtige omgeving; de eerste 13 km gaan in een ‘moordend’ tempo door de vele foto’s die we maakten. Allereerst al van de rieten huisjes in Aussenkehr, waar Monique ons ook nog vastlegt en daarna van de spectaculaire uitzichten tot de afslag naar Ai-Ais, waar we even aan de praat komen met motorrijders waar we heel veel van hebben gezien vandaag. Vanaf de camping vertrekt ook een Zwitsers stel, wat met bagage en al rondfietst en wie we al net buiten Aussenkehr voorbij fietsen. Hij heeft een luxe camera met statief bij zich, waarmee hij druk in de weer is om mooie plaatjes vast te leggen.’

Hoewel de routebeschrijving spreekt van dramatische bergen, is de route vandaag weer adembenemend mooi. Door het grondpadfietsen voel ik me weer meer in het element. Behalve dan op het laatste stuk in de afdaling naar Ai-Ais. Dit lijkt hier dramatisch door de vele erg mulle stukken in het grondpad. Ik meander van links naar rechts over de weg en een auto houdt ook rechts voor mij als ik weer onbedoeld aan de rechterkant ben beland. De omgeving in de kloof naar Ai-Ais is prachtig; ik stop hier en daar maar even om van de gigantisch hoge rotsen om me heen te genieten; speurend naar Rozenkwarts. De roze kleur van Rozenkwarts is waarschijnlijk te danken aan de aanwezigheid van mangaan, ijzer of titanium, maar hoe het precies aan deze kleur komt is nog steeds niet opgehelderd. We bereiken tegen half vier de camping en het is nog behoorlijk warm. Na wat bijkomen met wat drinken en chips zoeken Tjeerd en ik het warmwaterbad op. Het is heerlijk, alhoewel mijn gisteren verbrande schouders pijnlijk aanvoelen. ’s Avonds eten we weer bij een heerlijke zomerse temperatuur buiten bij de aanhanger. Herman heeft corveedienst met Marc en zegt een afwasmachine te hebben ontdekt. Het duurt echter wel lang … waarop ik Marc vraag of de afwasmachine soms stuk is, waarop hij droog antwoordt: ‘Nee hoor, Herman doet het uitstekend!’

Woensdag 19 september Dag 11 van Aussenkehr naar Ai-Ais 77 km


Superlatiewe tekort

Wat gisteren een lastige afdaling was, valt vanochtend met het klimmen erg mee. De 10 km vanaf de afslag naar Ai-Ais gisteren, slaan sommigen vandaag over. Het pad deed gisteren het ergste vermoeden, maar het omhoog fietsen kan met meer beleid (lees: je kan beter je weg zoeken) en is daardoor beter te doen. Er moet echter wel gewerkt worden … mijn hartslag is bijna 140 gemiddeld over deze klim van in totaal 13 km. En het klimmen gaat door na de top van het plateau. Het is bijna de gehele dag klimmen, al is het vervolg na de top glooiend en soms heuvelachtig. Veel meer dan een oude roestige auto komen we niet tegen. De prachtige vergezichten zijn echter artistieke plaatjes, waardoor het fietsen erg aangenaam is. Vooral als we op een gegeven moment een bocht maken en in de verte de prachtige canyon zien liggen. Daar pauzeren we bij de bus van Monique, die voor het enige beetje schaduw in deze omgeving zorgt. Als we onze weg vervolgen zijn we weer de laatsten die vertrekken. Bij de T-splitsing richting Fish River canyon zie ik één lange rechte weg die nog kilometers lang lijkt. Ik kan me niet voorstellen dat er na 2,5 km al een camping is. Niets is minder waar gelukkig, want in een steile afdaling met veel losse stenen is het uitkijken geblazen. We zien iemand lopen met de fiets. Het blijkt Marc te zijn, die nu te kampen heeft met een kapot zadel. Hem blijft niet veel gespaard. Gelukkig is het niet ver meer. We bereiken even later de camping in Hobas. Ik ben blij dat de fietskilometers erop zitten … ruim 68 km in vijf fietsuren. ’s Avonds nog een uitstapje in de bus naar de Fish River Canyon. Dat is behoorlijk hobbelen en stofhappen achter in de bus over grondpad om de zonsondergang nog te halen. Al weer adembenemende plaatjes. Ik heb superlatieven tekort … om dit prachtige schouwspel te beschrijven.

Donderdag 20 september Dag 12 van Ai-Ais naar Hobas 68 km


Bobbejaanstreke

’s Ochtends gaan we voor dag en dauw op pad om nu een zonsopkomst te bekijken bij Fish River Canyon. Het is enigszins bewolkt maar het schouwspel is er niet minder om. Het is behoorlijk fris deze ochtend. Bij terugkomst op de camping blijkt dat een baviaan zich aan de mueslirepen van Jan tegoed heeft gedaan. Hij heeft keurig de tent open gerist; de chaos in de tent is echter niet te overzien. Bij het ontbijt is de baviaan weer terug en grist een slaapzak met kussen mee van Erwin. De eigenaar zet onwillig de achtervolging in, waarop de baviaan de slaapzak al snel laat vallen en even later besluit toch ook niks met het kussen te kunnen. Als je denkt dat je rustig kan ontbijten, kan je het vergeten; voortdurend blijven onze wakende ogen spieden naar eventuele kapers in de bomen. Dan ineens is er luid gekraak en zien we een boom naar beneden kletteren. En geen baviaan in de buurt … Onze fietstocht begint koud vanwege een kille wind. We zijn dan ook blij met onze koffiestop, al na 16 km bij Cañon Roadhouse. Het terras laten we links liggen tussen de oude verroeste vehikels; binnen vergapen we ons aan de vele curiosa (van leuke bordjes tot een brandweerauto) van het Roadhouse en doen we ons tegoed aan warme koffie of cappuccino. Met enige tegezin vervolg ik onze fietstocht; het is nog niet veel warmer. Gelukkig hebben we de wind min of meer in de rug; het grondpad klimt erg geleidelijk en gestaag naar het hoogste punt op 1165 meter. Bij 52 km staat Monique met een soepstop. Tjeerd en ik mogen de resten opmaken, waardoor de lunch me zwaar op de maag valt. We liften daarom de rest van de route maar mee. Niet veel later, pakken we andere medereizigers op in de bus. Marc is weer (volgens Corrie met een Tarzankreet) van zijn fiets gestuiterd en heeft helemaal genoeg van de zandbak. Erwin en broer Gerard hebben het ook wel gehad met het fietsen. De camping bereiken we al om drie uur; Elsje verwelkomt ons hartelijk en vraagt zich af of Tjeerd wel genoeg te eten krijgt. Het is dus nog vrij vroeg (hadden we toch door kunnen fietsen); mijn overweging om te gaan hardlopen heb ik al weer laten varen. In plaats daarvan schrijf ik rustig in mijn dagboek en lees ik nog wat. Hier en daar probeert de zon er nog wat door te breken en wordt de temperatuur iets aangenamer. ’s Avonds hebben we de beschutting van een grote tent, waarin Monique wild bereid op de braai. Met mijn blik weet ik iemand (nee, ik noem geen naam) aan het giechelen te brengen …

Vrijdag 21 september Dag 13 van Hobas naar Lorentsia camping 95 km


Voorlopig laatste fietstocht

De koude harde wind is nog niet gaan liggen. We worden echter gewekt door het gekukeleku van een haan, die vanaf vijf uur z’n snavel niet meer weet te houden … Bij het ontbijt rijst hier en daar lichte twijfel of we wel zo’n zin hebben om te fietsen (we staan met kippenvel op de benen). Daarentegen vinden Herman, Tjeerd en ik het gehobbel over die grondpaden in de bus ook maar niks en besluiten toch op te stappen. Omdat de wind in de rug zit, voelt ie niet zo koud en hard. Het warmt langzamerhand steeds meer op en de bewolkte hemel verandert in een strakblauwe lucht. Elsje had ons gisteren gewaarschuwd voor de slechte weg; maar eigenlijk valt het wel mee. Het gaat wel lekker op en neer, maar vanwege de gunstige wind is het goed te doen. En de omgeving is wederom prachtig, waardoor het weer een genot is om te fietsen. Na pas 75 km is de eerste beschrijving (en afslag) in onze routebeschrijving en verlaten we het grondpad. Nog geen drie kilometer later pauzeren we even bij Wimpy (de Afrikaanse Mac Donald) voor een appeltaartje en een bakje koffie of thee. We vervolgen onze weg over een drukke asfaltweg. Ruim tien kilometer later fietsen we weer op grondpad en vermaak ik me een beetje met het foto’s maken van grote weversnesten, welke ze vernuftig om telefoonpalen heen gebouwd hebben. Vlak voor Quivertree Forest springt de teller op 100 kilometer. Met een gemiddelde van 20 km per uur hebben we flink doorgetrapt. Mijn fietsbenen laat ik even afkoelen in het zwembad, nadat we het voeren van de cheeta’s bekeken hebben. We hebben een luxueuze kamer met eigen badkamer in een eenvoudig huisje, zoals Monique dat zo mooi weet te beschrijven. Het gemak van de kamer maakt de reorganisatie van de tassen wat gemakkelijker. Twee dagen wildpark met fietsrust volgen. ’s Avonds eten we een heerlijke stoofpot bij het restaurant.

Zaterdag 22 september Dag 14 van Lorentsia camping naar Quivertree Forest 100 km


Kalahari woestijn

Vannacht heerlijk geslapen en lekker rustig ontwaakt; nog weer genoten van een lekkere warme douche en het inpakken ging gesmeerd door het herordenen van gisteren. Na het ontbijt verlaten we de boerderij van Quivertree Forest voor een uitstapje naar Giant’s playground, dat aan de rand van een kokerboomwoud ligt. In de Playground liggen grote en kleinere stenen op elkaar gestapeld. Het is een merkwaardig Flintstone-achtig tafereel, waarin sommige halsbrekende toeren uithalen. Herman verliest z’n mobiel uit zijn borstzakje midden tussen de stenen … gelukkig heeft ie ‘m snel weer opgeduikeld. Na dit uitstapje begint de autorit écht; na zo’n honderd kilometer hebben we een koffiestop. Een echte zondagse koffiestop met koffie en cake en ook nog om koffietijd (10:30 uur). Tijdens de autorit ben ik aardig aan de praat met Peter, de (voormalige) fietsenmaker, wie naast Monique zit. Wel gezellig om zo de autorit door te brengen. De weg naar Mata Mata is erg glooiend. Slechts even dommel ik een beetje weg. Rond het middaguur bereiken we de camping in Mata Mata, de grenspost tussen Namibië en Zuid-Afrika. Het natuurpark Kgalagadi National Transfrontier Park (dit betekent zoutpan of grote dorst) stond tot april 1999 bekend als het Kalahari Gemsbok Park en beslaat een gebied van 34.390 km² (twee keer Krugerpark en bijna zo groot als Nederland). In de Kalahari komen niet zoveel antilopensoorten voor als in de savanneparken, maar er leven wel maar liefst negentien soorten vleeseters, waaronder de zwartmanige Kalahari-leeuw, de cheeta, de bruine hyena, de wilde kat en de honingdas. Roofvogels als de vechtarend, de Afrikaanse steppearend, de berghaan en de zingende havik zijn geen ongewone verschijning. In de rivierbeddingen leveren 40 windmolens water voor springbokken, gnoes, hartebeesten en gemsbokken. Na de lunch en de was (op de hand dit keer) trekken we het park in. Omdat ons is verteld dat er cheeta’s waren gezien bij een watergat, geeft Monique enigszins plankgas. We zien heel veel, maar … geen cheeta’s. We zien wel veel roofvogels, springbokken, gnoes en een aantal giraffen. Na dit bliksembezoek keren we weer terug naar de camping, waar Bobotie op het menu staat. Helaas is de goede apparatuur (oven of braai) niet aanwezig, waardoor Monique een ander kruidig gerecht op tafel tovert.

Zondag 23 september Dag 15 transfer naar Mata Mata ongeveer 250 km (door het park nog 75 km)


Op zoek naar het échte wild …

Om half zeven hebben we de tent al ingepakt. Na een kop koffie met beskuit trekken we om zeven uur het park weer in. We rijden nu relaxed door het park op zoek naar het grote wild. Jammer genoeg wil het nog niet zo lukken. Springbokken, veel vogels in allerlei soorten en maten, een hyena en giraffen komen voorbij, maar groot wild … Halverwege de Auob-rivier zoeken we een picknickplaats op. Een neushoornvogel vergezelt ons tijdens het ontbijt. Als we de spullen weer opruimen, imponeren twee struisvogels elkaar en ons met een prachtige (parings)dans. Dit schouwspel laat zich moeilijk uitleggen, dat moet je gewoon zien … In de middag vervolgen we onze weg door het park naar Twee Rivieren. Gemsbokken, gnoes, secretarisvogels, nog een gnoe, ‘n bleeksingvalk, springbokken, nog meer gemsbokken … en dan zitten we bijna vast op een hellinkje. Hoewel vast, we rijden achteruit het hellinkje weer af. Gelukkig houdt Monique de bus met aanhanger in bedwang en recht op het grondpad. Op het kamp in Twee Rivieren is het een drukte van jewelste. We zijn beslist niet de enigen die op zoek zijn naar écht wild. Om vijf uur doen we nog een poging en dan … zien we een leeuw. Het is wel een zoekplaatje tussen het groen, wat al verbleekt is, maar … uiteindelijk zien we dan één van de big 5. ’s Avonds eten we in het restaurant van het Kgalagadi Park; samen met Cor en Corrie genieten we van een Ostrich Steak en hun gezelschap.

Maandag 24 september Dag 16 transfer naar Twee Rivieren ongeveer 120 km door het park


Rechtdoor, rechtdoor, rechtdoor en … linksaf

Bij Twee Rivieren verlaten we het park aan de zuidkant. We hebben weer het geluk om als laatsten aan te sluiten bij de grenspost, waar we al weer ons paspoort moeten laten voorzien van de nodige stempels om uit te reizen. Voor de verandering vertrekken we deze ochtend met z’n drieën; Jan vergezelt ons. We fietsen over een asfaltweg langs rode hoge duinen over de Kalahari Red Dune Route; het is alsof we in een kustprovincie fietsen alleen ontbreekt de ruisende zee achter de duinen. Na een kleine tien kilometer heet een dorpje, wat niet veel voorstelt, ons Welkom. Bij de supermarkt is een pinautomaat die door ’n medereiziger wordt leeg getrokken; het geld is ineens op … Dat wordt later pinnen dus. In een winkeltje ernaast verkoopt een dame kunst met een kleine k. Ik koop daar een schilderijtje met olifanten en giraffen. We zijn al weer twee, drie kilometer onderweg als ik ineens ontdek dat ik mijn zonnebril in Welkom ben vergeten. Tjeerd spurt terug en is binnen no time ook weer terug, gelukkig met bril. Kletsend met Jan vervolgen we weer onze weg door een prachtig afwisselend landschap. Echt opletten hoeft niet; de routebeschrijving is vandaag weer min of meer overbodig. We hoeven slechts eenmaal linksaf bij Loch Maree Veldkamp en dat is pas na 90 km. Zover is het echter nog lang niet. Onderweg nemen we zo nu en dan pauze bij een grote boom, voor een broodje. En op 32 km staat Monique al met de koffiestop. Het is voor André een stressvolle bedoening, vanwege een verontrustend telefoontje van z’n zus; zijn moeder heeft een heup gebroken. Het is weer behoorlijk warm en we zoeken de schaduw van de bus, waarin ik ook een plekje zoek voor mijn souvenir. De volgende etappe duurt ook maar 28 km. Dan bereiken we Molopo Kalahari Lodge, alwaar we uitgebreid gaan lunchen. Het is een daalders plekje, waar we eigenlijk wel zouden willen overnachten. De laatste etappe is zodoende ook nog maar 30 km. Volgens de routebeschrijving komen we op een goed begaanbaar grondpad en fietsen we langs uitgestrekte wild- en veeboerderijen naar Loch Maree. Vol goede moed beginnen we aan de laatste etappe. De moed zakt al snel in de fietsschoenen als ik na slechts één kilometer over het goed begaanbare grondpad van mijn fiets smak. Gelukkig net buiten het camerabereik van Herman, die ons graag in deze zandbak vastlegt. Het grondpad blijkt dus alles behalve goed begaanbaar. Gelukkig ben ik niet hard gevallen, ik doe voor de zekerheid toch maar even mijn fietshandschoenen aan zodat ik meer grip heb. Aan de rechterkant van het grondpad ligt een soort karrenspoor wat beter begaanbaar is, al is het hier en daar toch nog uitkijken … Door het ingespannen fietsen is de laatste etappe toch wat pittiger dan verwacht. Halverwege dit grondpad heb ik nog een broodje nodig; we zoeken een mooi schaduwplekje aan de rechterkant van de weg. Het eerste broodje is al op, als ik ineens twee gieren in een boom spot. De camera heb ik al gauw in de aanslag. En dan maar wachten, tot ze opvliegen … Ons wachten wordt beloond; het duurt even maar dan heb je ook wat. De gieren zwieren prachtig op de wind en ik laat de knop van de ontspanner haast niet los. Prachtig is dit …het tafereel volgen we bijna een kwartier. Als we weer op de fiets stappen fladderen de gieren nog even met ons mee. Dan concentreer ik me weer op de weg, want het blijft uitkijken en zoeken naar de best begaanbare stukken. Tegen vijven zien we de Loch Maree boederij. Hier maken we echter een kleine denkfout; de boerderij ligt rechts, dit betekent niet dat we rechts moeten gaan. Dat moeten we zo langzamerhand wel weten, maar de vermoeidheid zorgt er – denk ik – voor dat we niet meer zo helder denken. Het grondpad verandert hier in een waar zandpad, waar heel veel fietssporen doorslingeren. Zitten we toch goed? Het lijkt niet zo, en zeker niet als we bij een boerderij komen waar ze ons met een gezicht van Wat komen jullie hier nu doen? aankijken. Een viertal jongens op blote voeten, loopt met ons mee om ons weer op het goede pad te brengen. Terwijl ik met ze meefiets, bedenk ik me dat ik jaloers ben op de snelheid waarmee ze lopen. Ik kan ze op de fiets al niet bijhouden, maar ik ben bang dat ik dit lopend ook niet kan. Na nog geen 500 meter zijn we al weer op het goede pad. We bedanken de jongens voor hun hulp met wat overgebleven mueslirepen. Tenslotte zijn we nu bij het eindpunt … in the middle of nowhere zo lijkt het weer, komen we bij de Loch Maree boerderij. In een soort jachthuis hebben de anderen zich al tegoed gedaan aan chips en een verkoelend drankje. Voor de zekerheid koel ik mijn geblesseerde knie nog even met een zak ijs. ’s Avonds eten we rond het kampvuur en is het helemaal niet koud. We blijven daarom nog lang en gezellig nazitten. Enigeen egter tot vervelens toe.

Dinsdag 25 september Dag 17 van Twee Rivieren naar Loch Maree 93 km


Sandvreet in die sandbak …

Bij een nachtelijk uitstapje om een uur of vier - tegelijk met Tjeerd - zien we een prachtig zakkende maan. Het is adembenemend hoe dit er uit ziet. Met dit spektakel op mijn netvlies slaap ik weer lekker verder. Na een goede nachtrust kunnen we er weer tegenaan, denken we. Niks is minder waar … Al in de eerste vijf kilometer lig ik weer naast mijn fiets; het is dan ook zwaar ploeteren over het grondpad wat met zandpad beter is aangeduid. Welke kant je ook kiest, je zakt bijna tot de assen in het zand. Nou is dat wellicht een beetje overdreven, maar zo voelt het wel als je ploetert om op de fiets te blijven zitten. Na zo’n vijf kilometer hebben we gelukkig het ergste gehad. Weliswaar zijn er dan nog mulle stukken en hobbelen we soms onze nieren uit het lijf, maar toch is het beter. Bij 10 km halen we Cor en Corrie in; ze hebben er geen zin meer in en stappen even later bij Monique in de bus. Ik twijfel ook wel even - moet ik toegeven - maar aangezien ik nu weer aardig fiets geef ik (nog) niet op. De omgeving is prachtig, al hebben we daar niet alle oog voor door dat belabberde pad. Toch ontdek ik in de lucht twee roofvogels, die ik toch even wil vastleggen. The blackfaced vulture laat zich echter moeilijk kieken. De pogingen zijn aardig geslaagd; Monique weet me later te vertellen welke roofvogels we gezien hebben. Het herkenningspunt in de vorm van een roodwitte zendmast laat wel 8 km langer op zich wachten dan gepland, waardoor we een beetje twijfelen of we nu een afslag gemist hebben. Maar nee, de afslag is onmiskenbaar te herkennen. Echter blij zijn we niet, want hier begint weer een ware zandbak. Het is gewoon niet leuk meer. Echt doorfietsen is er dan niet meer bij, want dit vergt erg veel energie. Je zou denken dat dit toch niet kilometers kan doorgaan; zo komen we nooit op de volgende bestemming. Gelukkig bereiken we wel de lunchstop op 35 km. Ik voel me behoorlijk leeg en ik vind het dan ook niet erg dat onze fietsen op de aanhanger gaan. Na een paar broodjes en wat versnaperingen ben ik er al gauw weer bovenop. Gerard komt dan ook aanfietsen. Erwin, staat met zijn camera klaar om hem vast te leggen. Op het laatste heuveltje maakt Gerard een prachtige salto met zijn fiets, en wat doet zijn broer? Laat zomaar de ontspanknop los … hoe is het mogelijk! Deze heren, inclusief André stappen dus ook in de bus en ik geloof dat Marc Monique al vanaf het begin vergezeld. Het wordt dus lekker druk in de bus en we worden ook nog voorzien van allerlei lekkernijen. Hoewel ik blij ben dat ik in de bus zit, twijfel ik toch ook weer of ik wil uitstappen. Het grondpad lijkt steeds beter te worden en de wind is ook nog gunstig. De senioren (Gerard en Peter) kampen weer met lekke banden en raken zodoende de andere boys, Jan en Herman kwijt. Herman is helemaal niet te volgen: die gaan soos ’n vetgesmeerde blits oor die grondpad. Uiteindelijk halen we hem toch nog in bij de laatste afslag naar Rooipan. Daar moet ik mijn plan om het laatste stuk te gaan hardlopen laten varen, omdat mijn hardloopschoenen helaas te ver opgeborgen zijn. Bij aankomst in Rooipan ontdek ik direct een graf van Jessie (RIP 2001 – 2012) op de hoek van het terrein. Later die middag trek ik alsnog mijn loopschoenen aan.  Gelukkig was de stormachtige wind van die middag een beetje gaan liggen ... de wind was echter nog hard genoeg, neem daarbij het grondpad (waardoor je wel goed moet kijken waar je je voeten neerzet) en een heuvelachtig terrein, met een temperatuur van zeker 25 graden ... Dan ga ik niet echt snel. Na 2 mijl (bij de eerste zoutpan) ga ik weer terug en heb ik enorm last van de vliegen om me heen. Gelukkig loopt het dan wel wat gemakkelijker. 4 mijl (6,4 km) later ben ik weer in Rooipan. Ik ga dan lekker in bad. Dat had ik natuurlijk van te voren al bekeken ... Van Monique hoor ik dan, dat Jessie de (tweede) hond van de eigenaren is geweest.

Woensdag 26 september Dag 18 van Loch Maree naar Rooipan 80 km


Grensoverschrijdend avontuur

In de luxueuze kamer in Rooipan hebben we weer een heerlijke nachtrust. Zelfs het gesnurk van een roommate kan me hierbij niet storen. We verlaten na het ontbijt helaas al weer de mooie locatie Rooipan. Dat we niet in een zoutpan hebben gekampeerd, vindt niemand jammer; we waren er ongetwijfeld weggewaaid. Een transfer van 120 km brengt ons naar het startpunt van de fietstocht. We beginnen op een grondpad vlakbij de N10 naar Upington en de Namibische grens. De routebeschrijving geeft een verkeerde plaatsnaam, maar een goede lezer heeft hier geen moeite mee. Monique zorgt zelfs voor een aanwijzing onderweg, welke overduidelijk is maar waar sommigen toch nog een twijfelpunt van weten te maken. Even later zie ik de bus aankomen en weet ik dus dat we goed zitten. Bij 36 km hebben we een koffiestop. Sommigen houden het daar voor gezien; Tjeerd en ik gaan verder. Na een afslag komen we echter weer op een behoorlijk zanderige weg. Het is 500 meter fietsen en dan weer 300 meter lopen en het wordt steeds erger. 300 meter fietsen en dan 500 meter lopen; dit gaat lang duren. Op een gegeven moment ontwaar ik de bus weer en even later komt Monique aanlopen. Ze neemt van mij direct de fiets over; ze hoeft me niet te overtuigen om in te stappen. We hebben ruim een half uur gedaan over slechts 4 kilometer. Dan toch maar de bus in … In de bus valt het ook niet mee in de zandbakken. Het duurt niet lang of we zitten met de bus vast in het zand. Als we er allemaal uit zijn en Monique de banden wat leger heeft laten lopen, rijdt Monique er weer probleemloos uit. Daarna gaan we allemaal achterin de bus zitten, om wat druk op de achterste wielbasis te geven. Het is een avontuurlijke rit. Monique trotseert het zandpad wat langzamerhand toch weer meer op een grondpad begint te lijken met steeds meer stenen op de weg. Dan opeens staan we voor een hek, waar de snelle senioren van de groep zitten te wachten. Het hek is op slot. Maar zoals ik al eerder geschreven heb; hekken zijn altijd te openen! Het slot wordt niet geforceerd maar het hele hek wordt vakkundig uit de scharnieren gelicht … en keurig teruggeplaatst als we met ons hele hebben-en-houden de grens van het terrein zijn overgestoken. Het pad wordt zo mogelijk nog onbegaanbaarder, maar Monique houdt de bus rijdende. De fietsers moeten hier en daar uit het zadel en worden toch ook één voor één ingeladen, op de meest eigenzinnige na. Ineens komen we weer in de bewoonde wereld, wat zoveel wil zeggen dat we een boerderij zien liggen op een heuveltje. Het duurt niet lang of de eigenaar komt ons tegemoet rijden. Monique heeft wat uit te leggen, dat we zomaar op zijn privéterrein rijden. De eigenaar is echter heel behulpzaam en leidt ons weer het goede pad op. Hij en zijn helper weten zelfs de laatste fietser te overtuigen om in hun bakkie te gaan zitten. In Riemvasmaak worden ze in de drankstore beloond voor hun bewezen diensten. Wij rijden verder door naar Hot Springs. Het is een primitieve camping, maar wel voorzien van stromend water (koud) en toiletten. We zoeken echter de warmwaterbronnen op, om heerlijk te ontspannen en te bekomen van het grensoverschrijdende avontuur van vanmiddag. Ik heb nog nooit met vijf mannen tegelijk in bad gelegen … ’s Avonds steekt weer een enorme wind op. Het is echter een prachtige plek zo in de schaduw van de omringende rotsen, die helder beschenen worden door de maan.

Donderdag 27 september Dag 19 Transfer van 120 km en naar Riemvasmaak 74 km


Waardige afsluiter

De laatste fietsdag begint met een pittige klim. Gisteren al meegemaakt in de bus naar beneden en me al verbaasd dat Monique het aandurft om hier met de bus te rijden. De eerste kilometer valt eigenlijk bijna niet te fietsen, zo steil is de klim uit de kloof. Zelfs de mannen voor me, Tjeerd en Jan gaan uit het zadel. Voordat ik achterover stuiter, stap ik dus ook maar af. Zelfs met een bergverzet is dit niet te fietsen … Cor en Corrie denken er net zo over en gaan helemaal niet meer fietsen (toch wel verstandig om dan een routebeschrijving mee te nemen!). Na de eerste kilometer vlakt het gelukkig wat af en is er weer te peddelen. Desondanks is het nog pittig fietsen (over de eerste 8 km doen we ruim een uur) langs de eeuwenoude verweerde bergen. De uitzichten zijn prachtig; de bergen met daarboven onheilspellende luchten zijn plaatjes. Het duurt wel even voordat we over de bergen in de groene vallei van de Oranjerivier komen. Hier en daar drupt het al een beetje. Ik zoek al gauw een regenjasje op, want het koelt ook aardig af. Nog voordat we bij het dorpje Vredesvallei zijn, barsten de wolken open. Het hoost en we zoeken een beetje beschutting bij een boompje. Er is net genoeg plaats voor ons drietjes; al met al blijven we ook daar niet droog. Zo’n doringboompjie biedt niet veel beschutting. Als het ergste is geweest stappen we weer op en bereiken nog geen vijfhonderd meter later de laagwaterbrug, waar langs Monique de bus heeft geparkeerd voor de pauze. Dan is het weer droog en schijnt de zon ook lekker. Helemaal droog blijft het niet; zo nu en dan is het nog even nattig. Na de brug over de Oranjerivier hebben we de laatste geleidelijk klim van ongeveer 4% tot de uiteindelijke hoogte van 725 meter. Daarna is het geleidelijk afdalen, ware het niet dat we dan de wind weer van voor hebben. Dat is dus bijtrappen! De luchten zien er nog steeds onheilspellend uit, maar de dikke buien blijven ons gelukkig bespaard; we zitten soms net tussen de buien in. Zo’n laatste fietstocht geeft altijd een vreemd gevoel … je geniet nog van het fietsen, maar weet dat dit ook het einde van de vakantie inluidt. Het genot duurt dan vijf kilometer langer dan de routebeschrijving ons heeft beloofd en brengt ons in Augrabies Falls National Park. In dit rustkamp overnachten we weer in eenvoudige huisjes (lees: alles erop en eraan). We worden bij aankomst door Monique verwelkomt met een (of twee) high five voor onze fietsprestatie (ruim 900 km gefietst). Later vieren we met een borrel en hapje de goede afloop van de fietstocht. ’s Avonds voor het eten in het restaurant rijden we met de bus naar diverse uitzichtpunten in het nationale park. De uitzichten zijn adembenemend; zo ook de bewolking en de zonsondergang die voor nog meer spectaculaire taferelen zorgen.

Vrijdag 28 september Dag 20 van Warmbad Lapa camping naar Augrabies Falls 49 km


Lange transfer

Na een heerlijke nachtrust staan we vroeg op, om zodoende nog even bij de waterval te gaan kijken. Tjeerd en ik zijn daar alleen en op het geruis van de waterval na is het er dus lekker rustig. Ik weet een mooie regenboog vast te leggen en Tjeerd the sound of water. Dan gaan we ontbijten, wat voor sommige een wel ellenlange wachtetappe wordt; twee ontbijtjes gaan zelfs mee in de bus. Niet echt lekker die geur achter in de bus; vooral niet als je niet graag achterin zit … Gelukkig zijn de wegen doorgaans niet zo bochtig in Zuid-Afrika en hebben we een goede chauffeur. We rijden eerst in ruim anderhalf uur naar Upington (120 km) om de broers op het vliegveld af te leveren. Daarna drinken we in Upington een kopje koffie, wat eigenlijk niet zo mag heten. Dan volgt de echte transfer naar Calvinia in drie etappes. Ik denk dat de omgeving weinig inspirerend is, gezien het aantal slapende mensen om me heen. Zelf vermaak ik me met (eigen) muziek en het steeds interessanter wordende boek Een kleine geschiedenis van bijna alles. Ik heb dan ook geen problemen om de ogen open te houden. Na nog eens 115 km pauzeren we voor een lunch in Kenhardt. Op het terras van Oma Miemie’s Farmstall (teekamer en koffiehuis) zoek ik lekker de zon op. Hoewel Kenhardt een gat is in the middle of nowhere, is de padstal – met allerlei snuisterijen van vroeger - aan een drukke doorgaande weg. Toch is het genieten; mijn lasagne met salade smaakt heerlijk. Half drie vervolgen we onze weg en de volgende stop is 142 km later in Brandvlei. Hier stoppen we bij een benzinestation (veel meer is Brandvlei denk ik ook niet), waar we nog wat te eten (biltong) en drinken inslaan en waar ik een groepsfotomoment teweeg breng. De R27 blijven we volgen tot Calvinia, wat nog eens 140 km rijden betekent. Tegen zessen bereiken we Calvinia. We verblijven in Calvinia Lodge; we konden de bruidssuite wel hebben, een prachtige kamer met een hemelbed (voor Tjeerd), bedden voorzien van elektrische deken, een slaap- en woonkamer, badkamer met douche en bad (voor mij natuurlijk). De kamers zijn sfeervol ingericht. De slaapkamer is bezaaid met oude foto’s; van die oude portretfoto’s in zwart/wit. De woonkamer is zelfs voorzien van een televisie. Na een borrel eten we in het Hantamhuis (een originele boerderij in de traditionele Cape Dutch style en huis van de originele eigenaar van het dorp), 500 meter verderop in de dorpstraat. We eten traditionele pompoensoep en bobotie. Terug op de kamer herdenken Tjeerd en ik de geboortedag van Rudolf met het branden van een kaars. Ik stap ook nog even in bad en we genieten daarna van een heerlijke nachtrust.

Zaterdag 29 september Dag 21 Transfer naar Calvinia ongeveer 525 km


In tamatiestraat

De lucht is weer strakblauw, zoals we dat kennen van Zuid-Afrika en de temperatuur is aangenaam als we naar het Hantamhuis lopen voor het ontbijt. In de dorpstraat is de huizenhoge brievenbus naast de Dutch Reformed Church een opvallende verschijning. De brievenbus moet een watertoren verhullen. Bij het ontbijt ben ik dit keer de pineut, als ik als laatste moet wachten tot mijn eitjes de gewenste vorm hebben aangenomen. Het smaakt er eigenlijk niet minder om. Hiermee kunnen we wel even vooruit; tenslotte hebben we al weer ruim 400 km voor de boeg. Even na negenen vertrekken we met de bus. Het landschap is hier wat interessanter; ik kijk dan ook wat om me heen, geniet van de muziek van mijn MP3 speler en maak zo nu en dan ook nog een fotootje. Op een gegeven moment komen we door een mooie pas tussen Nieuwoudtville en Vanrhynsdorp en maken alle camera’s overuren. De ene bocht is nog mooier dan de andere. Halverwege de pas stappen we ook even de bus uit om te genieten van het uitzicht. Dan zetten we de daling in; we denken al een vreemde lucht te ruiken. Dit heeft te maken met het remmen, volgens mensen om me heen. Niet heel veel later – net na de afdaling -  zet Monique de bus aan de kant en het begint heel erg te stinken. Iedereen snelt de bus uit. De motorkap wordt opengetrokken en er komt rook uit, waarop Monique al snel de brandblusser in de aanslag heeft. Er ligt een hele spoor olie op de weg, wel een kilometer lang … Dit is dus niet goed. Ons is in tamatiestraat … al staan we aan de R27 en is Vanrhynsdorp nog bijna 25 km verder. Monique slaat aan het bellen en heeft al snel geregeld dat er een monteur langs komt. De monteur kan het natuurlijk niet ter plekke repareren en laat een sleepwagen komen. Intussen zijn wij al aan de koffie en zien met lede ogen diverse auto’s en vrachtwagens in een achterlijk tempo voorbij scheuren. Alsof er niemand op de weg is … De voorspelling was dat het een graad of 15, 16 zou worden, maar het is intussen flink opgewarmd. In de felle zon is het dus warm wachten. De sleepwagen is er nog eerder dan de door Monique geregelde taxi(bus), die ons naar het vliegveld moet brengen. Het doet Monique pijn om haar bus op de sleepwagen getakeld te zien worden. Ruim twee uur later (dan we gestrand zijn) stappen we samen met Monique in de taxi naar Vanrhynsdorp. Daar lunchen we eerst om vervolgens Monique achter te laten (met de ellende). Dis ’n naarheid om so te vertrek …Almal is eers treurig as ons vertrek. Hierop volgt een lange rit naar Kaapstad. In twee etappes van ongeveer 170 km (naar Piketdorp) en nog eens 130 km naar het vliegveld. In het begin hoor ik van Monique via een sms dat ze al gauw een kamer in een pension gevonden heeft. Ik geniet daarna van de omgeving; naarmate we Kaapstad naderen maak ik wat foto’s van de Tafelberg. We bereiken het vliegveld net voor zonsondergang. Het inchecken verloopt moeiteloos. Voor het inchecken vermaken we ons nog een beetje met een souvenirsjacht en eten we nog een hapje met Cor en Corrie en Herman. De volgende dag landen we tegen half elf op Schiphol en zit deze vakantie er weer op.

Zondag 30 september Dag 22 Transfer naar Kaapstad ongeveer 425 km en vliegreis van circa 10.000 km

Maandag 1 oktober Dag 23 Aankomst in Amsterdam


TOT SLOT: Het fietsen in Afrika is als leven in je eigen tempo; daardoor kom je dichter bij de essentie. Het is genieten van het geluid van stilte en de voortdurende afwisselende Afrikaanse landschappen.

Die glimlag wat jij instuur, kom weer na jou terug!glimlag, december 2012