Namibië 2006

Namibië 
door Willy de Jong


Sponsorfietstocht Namibië: Luister naar de stilte...
Na Zuid-Afrika heb ik een ander Afrikaans land in mijn hart ingesloten tijdens een 1345 kilometerlange fietstocht door een land van stilte …

Het avontuur begint zondag 4 juni met een rustige dag in Windhoek. Het is mooi weer en na een lange reis (die zaterdag begint met een nachtvlucht) noodzakelijk om het rustig aan te doen ... De groep aftasten op een terras waar koffie en broodjes worden geserveerd. Daarna het stadje een beetje bekijken, maar omdat het zondag is en de winkels bijna allemaal dicht zijn we snel uitgekeken. Een beetje hangen in een parkje met een boek doet me lekker bijkomen van de vermoeiende reis ...
De eerste fietstocht begint bij Heroes Acres, een indrukwekkend monument. Het sleutelklaar maken van de fiets duurt daar langer dan verwacht, omdat mijn fiets met een lekke band van de bus komt. Bij een zonnetje en een fris windje moet er dus gelijk gewerkt worden. Een reserveband blijkt het verkeerde ventiel te hebben en de eerste band die ik er om leg, blijkt ook al lek te zijn. Dus nog een keer de band verwisselen waarna het fietsavontuur kan beginnen. Het fietsen begint moeizaam, maar al binnen de eerste drie kilometers zie of beter gezegd hoor ik een baviaan luid schreeuwend de berg afkomen. Het fietsen wordt beter nadat ik het zadel wat hoger zet en ik een beetje aan de temperatuur wen. We zien nog grote troepen bavianen die soms gevaarlijk de weg oversteken. De tocht gaat redelijk gemakkelijk naar Rehoboth. De ambiance doet me in eerste instantie denken aan Zuid-Afrika. De laatste kilometers gaan al over grondpad waar we een struisvogel zien en wat ons bij een prachtige camping aan een meer brengt. De eerste 86 km zijn een feit ...

De tweede fietsdag van ruim 80 km naar Isabis doet ons in de woestijn terechtkomen ... Erg indrukwekkende landschappen, die zich eigenlijk niet laten beschrijven. Een prachtige fietstocht over eindeloze wegen, die de nodige foto’s oplevert vanwege de spectaculaire vergezichten. Bij de koffiestop word ik irritant geplaagd door bijen en levert me dit ook nog een steek op net als ik weer op de fiets wil stappen. De angel wordt vakkundig door Monique verwijderd en een zalfje moet de rest doen. We fietsen vandaag slechts 4,5 kilometer over asfalt en de rest is grondpad … die eindigt met een busrit naar onze campingplaats in the middle of nowhere. Een erg indrukwekkende busrit met Frans als voorrijder op de fiets, waarvan je denkt ' waar gaat dit in vredesnaam naar toe?'. Over zandpaden, rivierbeddingen met veel stenen en bijna onbegaanbare paadjes op en neer brengt Monique ons met de bus naar de camping op een wereldplek ... aan een rivier (maar nauwelijks water gezien) onder een prachtige sterrenhemel met slechts koud water en een toilet beschikbaar. Het kampvuur maakt het wat minder koud ...

Dag 5: alweer een fietsdag. En een erg lange ... 120 kilometer over grondpad en over rotsachtige heuvels naar Solitaire. Het fietsen gaat lekker ondanks de warmte en het soms moeilijk begaanbare grondpad. De bijensteek begint erg op te spelen vandaag. Mijn linkerarm wordt almaar dikker en dikker ... En dan is het gehobbel op het grondpad ook niet zo fijn ... Het is echter een prachtige tocht met enorme indrukwekkende uitzichten. Mijn fotocamera staat dan ook weer niet stil vandaag ... De eerste koffiestop is op zo'n 40 kilometer, waar wij (Jules, Mirjam en ik) als laatste aankomen en slechts een korte pauze houden, omdat we nog 80 kilometer te gaan hebben. Echter in de eerste dip (rivierbedding waar weer eens geen water te bekennen is) gaat het niet helemaal goed ... dat wil zeggen, dat ik twee meter door de lucht vlieg met mijn fiets vanwege het mulle zand op de weg. Gelukkig was het zand en daardoor de landing zacht en heb ik geen echte verwondingen opgelopen ... ik doe het daarna maar wat rustiger aan. Het is steeds lastiger fietsen, want het grondpad wordt steeds muller. Maar de omgeving is afwisselend en prachtig (de maan gloort zelfs al aan de hemel), zodat de spirit om te fietsen er goed in blijft. Echter tijdgebrek doet ons de das om, om de hele afstand af te leggen. Bij een boerderij worden we verwend door (veel te vette) tosti’s en vanaf daar leggen we de laatste 40 kilometer maar met de bus af ... En dat is maar goed ook, want het laatste stuk is nog een zware dobber ... Eindeloze wegen met slecht grondpad, wat ook de snelste fietsers onder ons zwaar vinden. We komen net voor zonsondergang (ongeveer zes uur) in Solitaire aan. Nog zo’n wereldplek, wat niet meer voorstelt dan een benzinestation, hotelletje en camping, waarover ik in mijn boek ‘Solitaire’ al had gelezen ... Genieten van de zonsondergang en een heerlijk drie-gangen-diner (met moeilijk te kloppen slagroom) van Monique uit haar roestvrijstalen kombuis …

Dag 6 begint erg vroeg ... vanwege een excursie naar Sossusvlei. Om kwart voor vier kraait er al een haan (welk geluid de telefoon van Monique voortbrengt) en worden we even later ook nog eens persoonlijk met ‘gekukeleku’ gewekt door Monique ... Een spannende busrit in het donker waarbij we diverse konijntjes opjagen (en die zelfs wel tot 60 km per uur kunnen lopen) brengt ons naar Sossusvlei, alwaar we voor een dicht hek komen te staan ... zonsopgang betekent hier iets anders dan wij er onder verstaan. En tot ieders frustratie moeten we nog ruim drie kwartier wachten voordat we het gebied in kunnen. Maar uiteindelijk gebeurt het dan toch. En het is het wachten zeker waard. De busreis naar de zandduinen is al erg indrukwekkend ... de zandduinen zelf helemaal. Het laatste stukje gaat met een 4 by 4 auto en we hobbelen zowat uit de auto. Het beklimmen van de duinen met de fietsbenen valt ook nog niet mee, maar levert wel spectaculaire uitzichten op. Na dit uitstapje volgt een transfer naar de volgende kampeerplek. Omdat de afstand wat langer is dan gedacht en we niet genoeg tijd meer hadden om bij Vogelfederberg te komen, rijden we niet verder dan een rivierbedding midden tussen de bergen ... Ook niet erg want het is een geweldige plek, waar we bij het kampvuur alleen de vogels en krekels horen. Een vreemd vogelgeluid, waarbij het soms lijkt dat er gelachen wordt en soms alsof er een baby huilt, wordt de volgende ochtend toch onderkend als een dassie door Monique. Ik slaap heerlijk (voor het eerst sinds het begin van de vakantie) in deze omgeving ...

's Morgens staat de zon weer volop te schijnen en wordt het al snel weer lekker warm. Een busrit brengt ons naar het vertrekpunt Vogelfederberg, wat niet meer is dan een rots midden in de woestijn ... en waar we dus oorspronkelijk zouden overnachten. Wederom een fietstocht van ruim 80 kilometer ... De fietstocht begint lekker met het windje in de rug waardoor ik in de woestijn soms een snelheid van meer dan 40 km haal. Een bijna eindeloze weg brengt ons steeds verder bij de kust ... echter blijft de wind niet in de rug ... en dan al dat stof van de woestijn. Echt fijn is het niet altijd ... zeker niet als auto’s met topsnelheid bij je langs scheuren. Tot we Walvisbaai bereiken ... vandaar af volgen wij de kustlijn en gaat het weer lekker vlot. En we bereiken al om 4 uur het vriendelijke kustdorpje Swakopmund, alwaar we in eenvoudige huisjes verblijven ... krijg ik een enorm moeilijke keus voorgelegd ... en kunnen we lekker bijkomen met een biertje of iets anders en chips. Frans is gisteren ook al slachtoffer geworden van een of ander stekend beest. Terwijl hij een opgezwollen been heeft, is mijn arm inmiddels vanaf de elleboog tot en met de hand helemaal opgezet. Maar doet gelukkig niet zeer ... en zal wel vanzelf weer overgaan volgens de plaatselijke apotheker.

Dag 8: een rustdag in Swakopmund ... voor het eerst geen strakblauwe lucht. We bekijken het stadje even, waarbij een boekenwinkel mijn speciale aandacht krijgt ... ik weet me in te houden. Vanavond gaan we uit eten, zodat ook Monique even vrij is ...

Dag 9: We vervolgen onze fietstocht naar Hentiesbaai ... een ruim 70 km lange rit langs de kust. Bij het ontwaken - al weer heerlijk geslapen in een lekker bed met gesnurk op de achtergrond - blijkt het al weer mistig te zijn. Een beetje kil is het ook wel als we Swakopmund verlaten. Het jack blijft eerst dus aan … Tot onze verbazing zien we een fietspad als we het stadje verlaten en we vervolgen onze weg over een glooiende zoutweg langs de oceaan. Naarmate de ochtend vordert trekt de lucht een beetje open. Maar halverwege de fietstocht kan er weer flink gesmeerd worden tegen de zon. Na de koffiestop (waar ook heel veel anders te krijgen is) vervolg ik mijn weg met Ronald, die me zo nu en dan ook nog zijn 300 mm telelens uitleent om de verlaten zoutvlaktes vast te leggen. We bereiken de camping, met vreemdsoortige douchegebouwtjes vrij vroeg, zodat we nog naar Cape Cross rijden. Een busrit door de indrukwekkende stilte van de Namibische woestijn naar een zeehondenkolonie. Waar je ook kijkt, zie je zeehondjes of … jakhalzen. De terugweg naar de camping is nog spectaculairder doordat wij getuige zijn van een prachtige zonsondergang die het zout doet glinsteren. De maansopkomst op bijna hetzelfde moment is niet minder mooi …

De dag erna ben ik vroeg wakker zodat ik bijna getuige ben van de zonsopkomst, ware het niet dat het veel te koud is om in mijn pyjama buiten te blijven staan om kwart over zes … tegelijkertijd is de maan ook nog te zien. Gauw mijn tentje weer ingekropen om nog even te kunnen dommelen voordat de dag echt aanbreekt … Al weer de zesde fietstocht vandaag met een volwassen afstand van 123 km naar Uis (spreek uit als Oes). En nog een zware tocht ook. Niet zozeer lichamelijk (al zullen daar veel mensen anders over denken als ze die afstand moeten fietsen) maar geestelijk … door de onpeilbare leegte van de woestijn. De routebeschrijving belooft ons ‘Niets is er te zien. Geen boom, geen struik en geen rosten. Alleen zand en gruis. Zover het oog strekt. De weg lijkt eindeloos lang in het oneindige te verdwijnen.’. We verlaten de camping daarom al even voor negen uur. Via ‘Uit en Thuis’ en ‘Dankiepa’ (huisnamen) verlaten we al snel het dorpje Hentiesbaai. De goede afslag nemen op zo’n zandvlakte lijkt voor sommige onder ons nog moeilijk (schreeuwen tegen de wind heeft geen zin …), maar na de tweede (of hebben we al drie gehad?) afslag naar Uis wordt pijnlijk duidelijk dat we zwaar tegen de wind moeten fietsen … Dit wordt een zware dobber dus! Al gauw zie ik de Brandberg, de hoogste berg van Namibië (1573 m)aan de horizon verschijnen. Het zicht erop is minimaal door de afstand (nog ruim 70 km verwijderd) en de zinderende hitte over het eindeloze zand … Luisteren naar de stilte is er niet bij, vanwege de harde wind die om mijn hoofd raast en ervoor zorgt dat ik nauwelijks 17 km per uur blijf fietsen. Ik haal mijn MP3 speler erbij om mezelf te vermaken met muziek van Alanis Morisette, James Blunt en J.J.Cale … De muziek kan me soms meer deprimeren dan de woestijn dat doet, maar door de muziek houd ik het tempo redelijk op peil. De eerste pauze is op 40 km en ik zit er dan nog redelijk fris bij. Hierna zoek ik mijn heil bij muziek van onder andere Anouk, dat me massa’s herinneringen aan andere tijden oplevert. Desondanks blijft mijn motivatie om door te fietsen hoog en is mijn gemoedstoestand super. Het fietsen lijkt wel therapeutisch … Vlak voor de tweede pauze die ik al op een afstand van 7 km zie aankomen (doordat ik de bus in de verte zie staan) hebben we goed zicht op de Brandberg die intussen dicht(er)bij is gekomen (of zijn wij dat?). De muziek kan wat zachter, doordat de wind wat afneemt en het fietsen gaat wat gemakkelijker. Het wordt wat begroeider, hier en daar zelfs groen en ik zie zelfs bloemetjes. Bij deze pauzeplaats is een paparazzo druk met een fietser in de weer en verbaas ik me slechts over het feit, dat de hele groep hier nog aanwezig is. Intussen is het zo warm geworden, dat ik mijn weg vervolg zonder helm … ook principes moet je wel eens loslaten. Vanaf dit punt gaat de weg wat meer op en neer en is het daarom wat gemakkelijker te fietsen. Mijn gemiddelde loopt daardoor wat op en ik heb nog steeds baat bij de muziek, waarop ik mijn fietstempo zo nu en dan aanpas en zorgt voor heerlijke afleiding. Net na vijven arriveer ik op de camping en fiets ik straal mijn door Mirjam opgezette tent voorbij, omdat ik enthousiast verwelkomd wordt door Reinout, onze fotograaf en man van Monique. ’s Avonds genieten we van vis, die we onderweg al in het zonnetje hadden zien ontdooien …

Dag 11: Al weer een lange fietsdag met 124 km naar Khorixas. De dag begint met tweemaal een stevig toiletbezoek. Het maagprobleem, dat gisteravond bij het eten (wat natuurlijk prima smaakte) kwam opzetten is bij lange na niet over. We beginnen weer op tijd met de fietstocht met nog steeds aan onze linkerhand de Brandberg en rechts zien we de Uisberge. Het fietst lekker over grondpad omdat de weg grotendeels daalt. Een enkele keer klimmen werkt direct op mijn maag … We passeren armoedige hutjes waar moeders met kind(eren) ons handgemaakte poppetjes proberen te verkopen, ook schaargeklede vrouwen (Himba’s ) lopen langs de weg … Reinout is daar druk in de weer met de camera om fietsers samen met de plaatselijke bevolking te fotograferen. Hij gaat voor dé foto van het jaar. Niet lang na de eerste pauze heb ik mijn helm al weer af omdat het aardig opwarmt en zoek ik mijn afleiding in de muziek van Joss Stone. Zo wordt het valse plat van 15 km wat minder erg en kan ik mijn aandacht verleggen van de maag naar de omgeving … Onderweg krijg ik nog een lift aangeboden, maar omdat ik dan het valse plat al heb gehad sla ik dit wijselijk af. Bij een bordje voor overstekende olifanten (jammer, dat ze zich daar niet aan houden) staat onze fotograaf weer plaatjes te schieten van de fietsers en hebben we tot mijn verbazing al een tweede pauze. Iets eerder dan gepland, maar niet verkeerd want zo hebben we een beetje schaduw van een boom. Al snel word ik door Monique van allerlei lekkers (bakkie salade, koekjes, etc.) voorzien op het prachtige lunchplekkie en weet ik zelfs met moeite nog een broodje naar binnen te werken. Om drie uur stap ik weer op de fiets voor de laatste 50 kilometer. Het gaat lekker met de muziek en de dalende weg. Op een gegeven moment stopt er een auto voor me, die ik al kilometerslang had zien aankomen door de grote stofwolk die op het grondpad opstuift. De chauffeur waarschuwt me voor olifanten … dan toch, maar hier geen bordjes meer te bekennen. Langzaam fiets ik verder en speur ik de omgeving af … Helaas voor mij geen olifanten, maar de eerste fietsers hebben ze wel gezien. De laatste kilometers ben ik nog weer in het gezelschap van Ronald, die dezelfde ‘pech’ heeft omdat hij niet gewaarschuwd is en dus niet eens wist wat er mogelijk te zien was. We moeten zo nu en dan nog stevig doortrappen door de venijnige klimmetjes, totdat we de afslag naar Khorixas bereiken. Nog even een stukkie asfalt van 8 km met wind van voor … We stampen met zo’n 30 km per uur flink door en bereiken omstreeks vijf uur de camping, waar ik me haast voor een toiletbezoek. Dit lucht enorm op … ’s Avonds neem ik twee ‘voorverwarmde’ dekens mee voor de nacht, die erg koud en rumoerig vanwege blaffende honden (gelukkig heb ik oordopjes) is.

Desondanks een goede nachtrust gemaakt, maar weer vreselijk vroeg wakker op deze rustdag, waarop een excursie gepland staat. Al voor het ontbijt is het een drukte van belang op de camping, omdat er vreselijk onhandig met ‘weet ik hoeveel man’ een struisvogel wanhopig gemaakt wordt. Ze proberen het beest te vangen, maar weten blijkbaar niet hoe het moet … Monique brengt de verlossing voor de volstruis, omdat zij het brood snijden laat voor wat het is en de mannen een lesje geeft. Voor het ontbijt breng ik nog mijn was weg, die vandaag voor een belachelijk laag bedrag (rekenfoutje …) schoon gewassen wordt. De zon verwarmt ons ontbijt, waarna we in de bus stappen. Tijdens de busrit laat ik me imponeren door de groene fascinerende en indrukwekkende omgeving. We krijgen bij de Petrified Forest een rondleiding van een vrolijke, zelfs zingende gids, terwijl we in de hitte kijken naar de restanten van zo’n 50 bomen, die geschat worden op 240 tot 300 miljoen jaar oud en die half begraven liggen in de zandstenen omgeving. Daarna gaan we naar Twijfelfontein, waar we ook een rondleiding krijgen van een gids, die er duidelijk minder zin in heeft … Desondanks genieten we van wat ze ons laat zien. Een waterbron en tekeningen van de vroegere bewoners van het gebied. Het gebied zelf is ook zeer de moeite waard. De busrit terug naar de camping was voor sommigen erg warm en vermoeiend … Op de camping werk ik eerst mijn dagboek bij en gaan we uit eten. Er zijn wat problemen met de waterleiding en veel mensen gaan voetbal kijken. Zelf kruip ik met een nog steeds opgeblazen gevoel in de maag vroeg in bed.

Dag 13: Weer een fietsdag, waarop een routekeuze gemaakt moet worden. De mannen en vrouwen scheiden zich op deze dag. Terwijl de heren de ‘zwaarder begaanbare’ grondpadroute gaan fietsen, gaan de dames voor de iets langere asfalt/grondpadroute met extra koffiestop. Omdat de heren meer tijd denken nodig te hebben (worden ze nu zenuwachtig?), vertrekken ze al terwijl Mirjam en ik de afwas nog even doen. Tijdens de afwas kletsen we wat met de wasvrouwen van de lodge, die onder de indruk zijn van onze fietsprestaties door Namibië. Zij moeten er niet aan denken om dit te doen. Wij dames vertrekken dus samen en al snel is er vals plat, zodat het tempo niet zo hoog licht. Bij de bewuste afslag waarschuwt de plaatselijke bevolking ons dat we verkeerd fietsen. Ze hebben het dus goed met ons voor. Maar wij zwaaien vriendelijk en vervolgen gewoon onze weg. Na 35 kilometer hebben we al een koffiestop, waar ik merk dat mijn stemming niet optimaal is. Hoe het komt weet ik niet, maar met het vervolg van de fietstocht zit ik in een behoorlijke mentale dip. Het fietsen gaat desondanks aardig met muziek om me af te leiden. Het gevoel deel ik even met Mirjam en Eveline als we een korte break houden bij de afslag naar Vingerklip. Het pad vertoont weer behoorlijke mulle plekken, zodat het aandachtig fietsen wordt. Bovendien is de omgeving prachtig, zodat mijn aandacht heerlijk afgeleid wordt … De mooie natuur leg ik regelmatig vast op de foto en ik bereik dan ook als laatste de 2e pauzeplek, waar de heren intussen ook zijn gearriveerd. De terugweg is qua natuur bijna nog mooier - het is wat later op de middag en de kleuren zijn dan anders – maar qua fietsen wordt het heftiger. Want nu gaan we niet meer licht naar beneden. Zelfs de heren beschouwen dit stukje slechter als de route die zij hebben gefietst. Als je het dus goed bekijkt, hebben de dames meer prestatie geleverd. Meer kilometers (100 tegenover 90) en twee keer een slecht(er) grondpad … De terugweg doen we weer in het gezelschap van de mannen. Bij de afslag volgt nog een flink tempo over de asfaltweg, waarna we weer een afslag nemen op grondpad naar Bambatsi. Daar volgen de zwaarste kilometers. Voor het genieten van de omgeving hebben we nu geen tijd meer, omdat we onze aandacht nodig hebben om op te fiets te blijven op het slingerende slechte grondpad. We bereiken na een kleine vijf kilometer de luxe huisjes van het private natuurpark. Ik kan dan genieten van een heerlijk ontspannen bad … de stemming wordt langzaam beter.

De volgende ochtend ontbijten we op een idyllische plek met uitzicht over de vallei. Enkelen hebben één of andere bok gespot, die zich echter alleen laat zien als hij beweegt. Dan maar ontbijten … het gaat in een heerlijk rustig tempo. De eerste vijf kilometer van de fietstocht is dus weer flink ploeteren over het grondpad, omdat we weer uit het private natuurpark moeten komen. Hierbij laat ik mijn fiets zelfs een keer vallen, want ik ben nu gelukkig zo alert om er zelf snel van af te springen. Vervolgens gaat de tocht weer over asfalt en heb ik het tempo er zo in, dat ik als 2e bij de eerste pauzeplek arriveer. De stemming is weer goed dus … mentaal en fysiek gaan toch vaak samen. De wind speelt na de pauze nog meer op, zodat ik mijn heil zoek achter een brede man. Tot de eerste de beste klim, want dan kan ik halverwege het tempo niet meer volgen. En ben ik dus mijn windvanger kwijt. De laatste kilometers fiets ik dan weer in het gezelschap van Jules & Mirjam waarbij we Outjo tegen drie uur al bereiken. Daar geven geldautomaten meer problemen dan geld, ‘lopen’ (eigenlijk staan ze stil op de verkeerde plek) Monique en Reinout tegen een vervelende politieagent op en voel ik me een beetje ongemakkelijk als ik word aangesproken door een zwerver … ’s Avonds tijdens het voetbal (WK of zoiets …) bekijk ik mijn foto’s die nu op de laptop van Reinout staan en bel ik even met mijn moeder.

Eerste dag gamedrive: Met een lege fotokaart ben ik goed voorbereid op de komende twee dagen in Etosha Nationaal Park. Alvorens we daar komen, hebben we wat oponthoud wat ik verder niet zal beschrijven. De eerste de beste afslag die we in het park nemen, ontneemt ons de adem. We zien twee leeuwen in het zonnetje liggen en daarnaast nog veel meer wild … zebra’s, springbokjes, één of andere vogel en nog meer … Indrukwekkend genoeg allemaal. Maar als we weer terug rijden naar de doorgaande weg, staat er ineens levensgroot een olifant op de weg. Niet geheel ongevaarlijk, omdat hij (of zij … ) al enigszins met de oren staat te klapperen. Monique slaat dus snel af, maar we kunnen prachtige foto’s maken. De camera’s maken overuren en de ‘oh’s’ en de ‘wauws’ zijn niet van de lucht … Dit moet je meegemaakt hebben, om te weten waar ik het over heb. Terwijl de olifant z’n weg vervolgt achter de bus, ligt er onder de bus een pofadder die ook van alle kanten wordt gefotografeerd én gefilmd. Ikzelf leg de cameraman hier vast. Ben benieuwd wat Frans ervan maakt. Niet veel later zien we een statige giraf, die met ons mee lijkt te willen. ‘Sta nou even stil …’ Het mocht niet zo lukken. Kort daarna bereiken we een restcamp, waar we even pauze houden. Een bakje koffie komt waar het niet zijn moet, maar richt gelukkig geen blijvende schade aan … en we maken ‘tig’ plaatjes van de wilde dieren bij de poel. Mijn speciale aandacht wordt daar getrokken door wat anders … Ik leg een wever onder zijn nest, kleurrijke vlinders (waarvoor ik de 300 mm lens van Ronald gebruik) die maar niet stil willen zitten en wat groepsleden vast. Die middag volgt de rest van de 75 km door het park, waarbij we zelfs ook nog even de bus verlaten. Het wild heeft gelukkig geen honger naar mensen … andersom wel. We komen die middag nog best aan onze trekken.

De 2e dag in Etosha: Een vroege ochtend gamedrive laat ik aan mijn neus voorbijgaan, maar echt uitslapen wordt het ook niet vanwege de enthousiastelingen die wel gaan … Het enthousiasme is nog groter als ze terug zijn, want … ze hebben enorm veel leeuwen gezien. Ik wens bijna dat ik meegegaan was, maar het verhaal horen van medereizigers is ook erg leuk. Net vijf minuten nadat Monique een sanitaire stop achter de bus heeft gepleegd, komt er een groep van wel twintig leeuwen langs de bus lopen. De gezichten spreken boekdelen en de foto’s op alle digitale camera’s leveren het bewijs … Na het ontbijt volgt weer een transfer als gamedrive van 75 km door het park naar Namutoni. Dit leverde weer veel wild kijken op en veel foto’s … Twee dagen in een wildpark is erg mooi maar ook erg vermoeiend. Ik stap daarom bij aankomst op de camping onder de douche en laat me in een stoel zakken met mijn leesboek Solitaire … Nauwlettend houd ik de omgeving in de gaten, omdat een jakhals toenadering zoekt. Bij het eten lopen er zelfs meerdere rond de tafel en voel ik me niet echt op mijn gemak. De nacht is niet zo koud en ik val al snel in slaap, ondanks dat ik de jakhalzen hoor huilen en de leeuwen hoor brullen in de verte …

Dag 17: We stappen weer op de fiets, wat voor de meeste mensen geen straf is. Nog voor het ontbijt boor ik een nieuwe waterbron aan ... een ware fontein ontstaat als ik een van de haringen van de tent uit de grond trek. Blijkbaar heb ik een waterleiding die nog geen 10 centimeter onder de grond ligt, geraakt toen ik gisteren mijn tentje opzette. Lekker handig om dit op een camping zo krap te doen ... luiigheid of onwetendheid? Maar goed, ik ben direct goed wakker ... Na het ontbijt volgt een korte busrit om het park uit te komen, helaas komt er geen wild meer op ons pad ... en de alternatieve route lukte ook niet. Daarom begint onze tocht van zo'n 80 kilometer op een hoofdweg, waar we gelukkig toch de mogelijkheid hebben om nog een stuk grondpad te nemen ... dat ik dit nog eens zou zeggen, heb ik ook niet voor mogelijk gehouden ... grondpad verkiezen boven een asfaltweg. Maar ik moet toegeven de grondpaden (onverharde wegen dus) zijn hier beter dan in Zuid-Afrika. We fietsen een heel eind langs het spoor, maar al na een kilometer of twaalf staan daar de eerste 'gelukkigen' met een lekke band en een pompje waarbij een uitvoerige gebruiksaanwijzing niet overbodig is ... Na kleine assistentie met het minuscule gaatje te vinden, vervolgen Jules, Mirjam en ik onze weg. Nog geen twee kilometer later is daar Frans, die wel twee lekke banden tegelijkertijd heeft ... hoe krijg je het voor elkaar. Kleine doorntjes zijn in de band gedrongen en hij is erg blij met de reserveband van Jules. Dit is voor ons wel een teken om nu toch maar het asfalt te kiezen ... hoe mooi het grondpad ook fietst. Op de asfaltweg is het erg druk met taxi's die ons voorbij kwamen scheuren. We hebben ook flinke tegenwind en het is zelfs bewolkt zo nu en dan ... Dit hebben we nog niet eerder gehad, sinds onze dag bij de kust. Desondanks is het toch 26 graden. De temperatuur loopt op de onbewolkte dagen (een echt strakblauwe hemel, wat zowat zeer aan je ogen doet) tegen de 30 graden op ... heerlijk die temperatuur. Bij de koffiestop verkies ik de zon boven de schaduw - ik kan uitstekend tegen de warmte hier - dertig graden is hier wel anders dan in Nederland. Ondanks de maagproblemen die nog steeds niet weg zijn, fiets ik de rit met het grootste gemak uit. De training in Frankrijk werpt zijn vruchten af ... inmiddels heb ik dit seizoen al meer dan 2000 kilometer gefietst. Ik heb overigens op het eind van de route een goede gangmaker voor me in de vorm van Taco ... misschien iets te veel gang (Erik kan het maar moeizaam bijbenen), omdat we een schitterend meer laten liggen op de route ... maar ik heb er geen probleem mee om snel op de camping te zijn, waar ik heerlijk kon relaxen.

Dag 18: Een prachtige camping in Tsumeb dat een redelijke grote plaats is waar van alles te doen is. Dus ’s morgens even de mail kunnen checken, de kilometerstand bij de fietsclub kunnen doorgeven en het verhaal op mijn site even kunnen bijwerken. Daarna bezoek ik het openluchtmuseum waar ik leer over de Himba’s, Herero’s, Nama’s etc. De rondleiding duurt erg lang, doordat andere toeristen erg veel vragen stellen. Het is dan al na twaalven als ik aan de fietstocht begin. We fietsen vandaag naar Grootfontein en dit is slechts een fietsrit van 60 kilometer. Vandaag gaan we de 1000 kilometer overschrijden. Dus goed voor de sponsorkilometers .... hopelijk levert mijn verhaal veel sponsors op. Doordat ik zoveel tijd in Tsumeb heb doorgebracht, voel ik me een beetje opgejaagd omdat ik de koffiestop niet tijdig zal bereiken. De nodige verzorging van Monique krijg ik echter al op 20 kilometer doordat ze terug is komen rijden. In recordtempo word ik van energiedrank (met flessenwater vanwege mijn maag), appeltaart en zoute koekjes voorzien. Daarna ben ik de hele rit alleen, maar niet eenzaam … De laatste 40 kilometer leg ik in ruim tweeënhalf uur af. Het gemiddelde komt uit op zo’n 18 kilometer. Je begrijpt dan wel hoe hard het waait, hoop ik!

Bij het verlaten van de camping (een voormalige militaire post van de Duitsers uit de 19de eeuw) de volgende dag worden we uitgeblaft door de honden. We fietsen lekker over het grondpad … Als ik even een foto maak van een akker, nadert mij een auto. De chauffeuse stapt uit en vraagt of ze mij kan helpen. Op mijn ontkennende antwoord, vraagt ze me of wij (fietsers) wel weten van de uitgebroken polio … op de volgende boerderij kunnen we dan wel een inenting halen. Ik verzeker haar dat we onze ‘shots’ wel hebben gehad, maar bedank haar voor het advies. Als ik weer verder fiets, denk ik ‘hoe bevoorrecht wij wel weer zijn … terwijl er hier polio uitbreekt, zijn wij natuurlijk weer voldoende beschermd’. Het grondpad fietst lekker en ik heb totaal geen moeite om de kilometers tot de eerste bezienswaardigheid in één stuk door te fietsen. Vlakbij Grootfontein (welke kant moet ik eigenlijk uit?) zien we de Hoba meteoriet, ’s werelds grootste landmeteoriet. De steen weegt meer dan vijftig ton en heeft een volume van negen kubieke meter en viel ongeveer 80.000 jaar geleden uit de lucht. Een leuke plek om even te stoppen … ineens voel ik me weer toerist. Het vervolg van de tocht is weer warm. En met de wind en de zon in de rug, doe ik zelfs mijn helm weer af. Na 50 km grondpad hebben we de eerste en enige pauze. Het is lekker ontspannen zitten in het zonnetje. Monique vertelt ons dat ze de route volgend jaar vanaf dit punt wil veranderen en lijkt ons uit te nodigen dit ook te beproeven. Na de pauze fietsen, of moet ik zeggen ‘sjezen’, we nog 60 kilometer. We hebben de wind in de rug en met dalend vals plat (dus de helm is weer op) meandert de asfaltweg naar Otavi. Deze kilometers leggen we in ruim twee uur af en bereiken het hotel in het stoffige mijndorpje net na drie uur. Een douche en bad in de ‘verkeerde’ kamers worden uitgewisseld … Na het eten (we krijgen enorme lappen vlees voorgeschoteld)  is er weer een voetbalwedstrijd, waardoor ik mijn moeder even bel en vroeg mijn kamer opzoek.

Dag 20: Na een stevig ontbijt met ei, spek en worst, volgt eerst een transfer van Otavi naar Otjowarongo om een saaie drukke B-weg te vermijden. We stappen even voorbij het rustige stadje op de fiets, nadat we van Monique uitleg hebben gekregen over de te fietsen route (zonder beschrijving). We zitten dan nog steeds op die drukke weg en echt lekker is dit niet … Dit is nog zacht uitgedrukt, want ik ben bijna van de weg gereden. Gelukkig is er een afslag na 13 km (die kilometer hadden we dus beter ook kunnen overslaan) naar een C-weg. Daar is het lekker rustig en hebben we direct zicht op Groot Waterberg. Dit is ook onze bestemming vandaag. De koffiestop is nog aan de asfaltweg op zo’n 50 kilometer van de route. Nog een klein stukje asfalt daarna levert een baviaan in een boomtop op en dan komen we op het grondpad bij de afslag naar Waterbergplateau. Het grondpad lijkt echter meer zandpad zo nu en dan, zodat we wat minder oog hebben voor de mooie omgeving. De kleuren zijn echter schitterend … het dieprode zand tegenover de groene omgeving en een strakblauwe hemel. Hier kan je toch nooit genoeg van krijgen? Ik twijfel bij het begin van het park, als ik het bord ‘Waterberg Platopark’ maar ook ‘Waterbergplateau camping’ op een ander bord zie staan … of ik door moet fietsen of niet! De twijfel gaat weg door de fietssporen die ik rechtdoor zie gaan en het aantal kilometers wat ik volgens de kaart (en volgens Monique’s uitleg die ochtend) nog moet afleggen. Echter niet goed gegokt …  Want na 8 kilometer doorploeteren op het grondpad met meanderende fietssporen en diverse wildsporen, zie ik anderen van de groep mij tegemoet fietsen. Dit is niet de goede camping en we moeten de acht kilometer weer terug. Deze gaan overigens een stuk beter doordat het pad nu licht daalt. Daardoor heb ik mijzelf mijn stommiteit (zelf gekozen voor de foute afslag) al snel weer vergeven. Tegen vieren komen we aan op de camping, waar de slimste van onze groep (slechts één is gelijk goed gefietst) allang aan een biertje zat. Een lichte discussie brengt sommige mensen in verlegenheid … Je verwacht toch ook niet dat er op zo’n plek twee campings zijn met bijna dezelfde naam! Na het bijkomen van de fietstocht zoek ik mijn ontspanning in een lekker warm bad. ’s Avonds genieten we van varkensnek, die verdraaid veel op rollade lijkt …

Dag 21: Na het ontbijt volgt eerst weer een transfer met de bus. Bij het verlaten van Waterbergplateaupark bestuderen we grondig het bewuste bord, waardoor acht van de negen mensen gisteren zijn fout gereden … We rijden de fietsroute van gisteren andersom met de bus en stappen na Otjowarongo weer op de fiets. We gaan nu echter meer Zuid-Westwaarts en hebben de wind en de zon (let op het verschil met Nederland) in de rug. De asfaltkilometers gaan dus lekker snel. We zoeven met een snelheid van wel 40 km per uur over de vrij rustige weg. Echter heb ik daarbij wel een probleem. Gisteren heb ik flink mijn knie gestoten aan het stuur bij het kronkelen op het zandpad en blijkbaar verleg ik nu zo’n mijn krachten, dat een spier in mijn andere (boven)been gaat opspelen … moet ik ook maar niet Frans willen inhalen! Ik ga daarom maar wat langzamer fietsen, maar de pijn trekt niet zomaar weg. Zelfs een paardenmiddel (zalfje uit de EHBO kist van Monique) helpt daar niet tegen … Na de koffiestop stap ik daarom maar in de bus. Zodra we op het grondpad komen, heb ik daar geen spijt van. En zeker niet als ik de laatste kilometer bij de natuurcamping nog even op de fiets stap … dit gaat lang niet soepel en elke inspanning doet pijn. Bij deze wildcamping zijn dinosaurusafdrukken te bewonderen en we laten ons dan ook begeleiden door de campingbaas voor een korte excursie. Zijn verhaal doet hij in het Duits (hij is blij dat we dit verstaan), maar gooit er regelmatig Engels en Afrikaans doorheen. Mij duurt het allemaal wat te lang, omdat ik het in mijn hemdje en korte broek fris krijg en daarom maar snel de camping weer opzoek waar ik me omkleed. Ik vermaak me voor het eten nog met mijn boek Solitaire wat ik dan uitlees … Daarvan heb ik een kleine kater, omdat het niet zo’n prettig einde heeft. Monique heeft die avond ook al een ‘kater’ omdat ze zich ineens niet lekker voelt en ze verdwijnt al vóór het eten in de trailer. Gelukkig kan Reinout ook een beetje koken en genieten we van zuurkool met worst … gezien de kou van die avond erg passend. Na het eten kruip ik steeds verder in het kampvuur, maar krijg het niet echt warm …

De laatste fietsdag begint erg vroeg omdat ik ’s ochtends om vijf uur al mijn tent uit moet voor een sanitair bezoek. In het donker zoek ik maar een geschikt plekkie op de camping uit … het toiletgebouwtje is namelijk te ver lopen – met een smal bruggetje ertussen – en nog donker ook. Dat is vragen om moeilijkheden … De lucht is weer stralend blauw en de temperatuur loopt tijdens het ontbijt al aardig op. De fietsrit naar Omaruru begint moeizaam vanwege een nog steeds zere knie en been (gelukkig is de maag rustig …), maar zolang ik maar niet te zwaar schakel is het prima te doen. We fietsen weer de hele dag over grondpad en ik heb naast de prachtige omgeving ook oog voor vogels en termietenheuvels. Deze twee ben ik zelfs van dichtbij gaan bewonderen voor de nodige close-ups. De termietenheuvels kunnen verrassende hoogten bereiken en tal van termieten bevatten. De weg is rustig en ik doe het ook zeker in een rustig tempo. Als weer één van de laatsten bereik ik de Game Lodge, waar we in prachtige rondawels verblijven. Daar lopen de giraffen, neushoorns en ander wild om ons heen. Het is eigenlijk het tegengestelde van de dierentuin. De dieren lopen los rond, terwijl wij achter een gesloten hek zitten. ’s Avonds worden de neushoorns gevoerd en dat weten ze … Feilloos komen ze op de goede tijd aan bij de voederplaats. Ze eten uit de hand en zijn gewend aan de mensen om hen heen. We dineren deze laatste avond in het restaurant en Alex bedankt Monique (& Reinout) namens ons voor de mooie reis. Ook wij worden bedankt voor onze inbreng tijdens deze eerste reis, die zelfs voor een ‘doorgewinterde’ reisleidster als Monique eigenlijk wel spannend is.

De laatste dag begint met een gamedrive door het prachtige gebied bij de game lodge. Hoewel het lijkt op een dierentuin genieten we van al het wild om ons heen, wat we hier des te beter kunnen vastleggen voor thuis. Er komt heel wat wild voor de camera langs. Van eekhoorntjes tot nijlpaarden en van struisvogels tot zebra’s. Vele fotokaarten raken vol. Daarna volgt de laatste transfer naar Windhoek via Okahandja. Op het vliegveld krijgen we te kampen met een belachelijk Afrikaans tempo bij het inchecken, waardoor we bijna nog te laat in het vliegtuig zitten. De reis gaat echter voorspoedig en we arriveren maandag 26 juni 2006 weer op Schiphol.

HET EIND VAN HET ENE IS ALTIJD HET BEGIN VAN IETS NIEUWS

27 juni: Helaas ... alweer thuis. Ek het nou net al heimwee na die rus, ruimte en skoonheid van Namibië.