Home » (reis)verhalen met een glimlag » Suid-Afrika (Noord) 2006

Suid-Afrika (Noord) 2006

Zuid-Afrika - Krugerpark & Swaziland 
door Willy de Jong


Voor de derde keer exact dezelfde reis! Wat bezielt mij om dit te doen? Lees het in dit reisverslag…
Als op vrijdagmorgen 18 augustus 2006 om half zes de deurbel gaat, kijk ik eerst nog ongelovig naar de tijd op mijn telefoon, alvorens ik mijn bed uitspring om de deur open te doen voor mijn broer Tjeerd. Gelukkig ben ik wel helemaal bepakt en bezakt, zodat we een kwartier later al kunnen vertrekken … Voor Tjeerd is dit het de eerste keer naar Suid-Afrika, voor mij al de vijfde keer dat ik naar dit land afreis (2000 en 2004 naar de Kaap, en deze reis in 2001 en 2005). Wat zou ik toch hebben met dit land? De autoreis naar Badhoevedorp, waarvandaan Mirjam ons naar Schiphol brengt, verloopt voorspoedig. Of toch niet helemaal … we nemen een verkeerde afslag maar komen door het mobiele (nu laat ie me niet in de steek) contact al snel weer op de goede weg. Op Schiphol zit Tjeerd enigszins ‘zenuwachtig over wat er komen gaat’ tegenover me bij het koffiedrinken en is daar al het weerzien met Ton en Miep (wie ik in de Kaapreis van 2000 al heb leren kennen). Tijdens de vliegreis vermaken we ons met het bijkletsen, al het eten en drinken, een spannende film en maak ik een begin in mijn Afrikaanse boek ‘Kennis in die Aand’.

De vliegreis verloopt goed en het weerzien met Monique die avond in Johannesburg doet me goed. We maken kennis met de groep in het hotel onder het genot van bier, wijn of frisdrank. De eerdere fietservaringen worden al uitgewisseld en het is middernacht voordat we de hotelkamer opzoeken. Hoewel ik een kamer alleen heb, slaap ik onrustig …

Na een super relaxed ontbijt vertrekken we zaterdag met de bus naar Pretoria. Het is al zweten in de bus, want het is lekker zonnig weer met een strakblauwe hemel. De lucht is wel minder blauw dan in Namibië, maar het is heerlijk weer. Het Voortrekkersmonument is de eerste trekpleister. Daarna volgen de Unie gebouwen en het Kruger museum in Pretoria. Na een ‘fishy’ lunch volgt een vermoeiende busrit naar Die Oog. Sommige hebben moeite om de ogen open te houden in de bus. Ik krijg de kans niet van Monique, want zodra ik mijn hand onder mijn hoofd leg, stoot ze me aan met ‘Hé, je moet mij wakker houden!’. Ondanks dat ik hier voor de derde keer ben, maakt de omgeving weer indruk op mij. We zien al wat blou-aapjes langs de kant van de weg, maar ook diverse townships. Dit laatste went nooit ... al zie ik in de loop van de jaren hier en daar wel een (lichte) verbetering optreden. Bij Die Oog, onze bestemming vandaag doen we lekker relaxed ... we zetten een bakkie koffie en bekijken door mij meegebrachte fotoalbums en vertellen over onze fietservaringen. Ik verras Monique met een fotoalbum van Namibië en zo genieten we weer volop na van vorige vakanties. ‘s Avonds krijgen we een heerlijke braai voorgeschoteld. We zitten dan om het kampvuur, waar we naarmate de avond langer duurt steeds verder inkruipen. En Monique geeft al wat huishoudelijke mededelingen ... de gang van zaken is mij natuurlijk wel bekend.

Lekker geslapen in een echt bed in een rondawel en mooi op tijd wakker voor mijn eerste corveedienst met Ton op zondag 20 augustus. We hebben de zaken keurig voorbereid als de anderen uit hun huisjes te voorschijn komen. Terwijl we genieten van een (alweer) relaxed ontbijt, komen de eerste blou-aapjes ons alweer plagen. ‘De natuurbeheerder in Monique wordt hierdoor weer wakker geschud’ en ze is dan ook al snel met een katapult in de weer. Terwijl ik de afwas met Ton wegwerk, is Tjeerd bezig mijn fiets rijklaar te maken. De fietstocht begint uiteindelijk pas tegen elven en het is heerlijk weer als we de camping verlaten voor een fietstochtje van ongeveer 62 km. Onderweg zien we weer diverse blou-aapjes en voor de rest is het voor mij ook een feest der herkenning ... Bij de afslag naar Doorndraaidam staan we even een broodje te eten, als er twee auto's komen aanscheuren. ‘Dat kan niet goed gaan!’ zeg ik tegen Tjeerd ... en ja hoor, een grote knal, piepende banden en veel stof volgt, waarna een auto in de berm terechtkomt. Gelukkig zijn er geen gewonden (wat ik aanneem), want we zien al snel (veel) passagiers uit de auto stappen. Dan volgt er voor ons een stevige klim. Dit valt niet mee ... hoewel het stijgingspercentage niet zo hoog is, is het wel erg warm. Mijn hartslag loopt al snel op tot boven de 150. Toch lig ik voorop ... en komt slechts Tjeerd mij voorbij in de klim. Na de klim is het lekker uitrusten op de koffiestop. Tjeerd maakt zich nuttig voor een fietser met een lekke band, die een enorme luidspreker op zijn fiets meebrengt. De band wordt 'vakkundig' verwijderd met een mes door de man en nog vakkundiger geplakt, denk ik zo. Na de koffiestop volgt een heerlijke afdaling, ondanks de tegenwind en een windhoosje, waarbij ik zowat van mijn fiets afgetrokken wordt. De rest van de fietstocht fiets ik met het grootste gemak, maar komt er toch weer een hoofdpijn opzetten op het grondpad. De warmte eist zijn tol blijkbaar ... Ik doe het daarom rustig aan op de prachtige camping aan het meer in Doorndraaidam. 's Avonds is mijn hoofdpijn weer verdwenen en vermaak ik me met de corveedienst. ‘Uien snijden, een salade maken’ en we eten Courgettesoep, spaghetti en yoghurt toe, waarbij Monique alles weer tot in de puntjes verzorgt. Weer zitten we om een kampvuur en het is een stuk minder koud dan ik op deze camping gewend ben.

De volgende (maandag)ochtend begint enigszins bewolkt. Niet lekker geslapen en ik word ook nog eens met een knallende hoofdpijn wakker. Gelukkig is het niet heel koud geweest. Tijdens het ontbijt leiden de vrolijk zingende vogeltjes onze aandacht af van de briefing door Monique. Het is al weer half tien voordat we de camping verlaten voor de 100 km lange fietstocht. Het begin van de tocht gaat vrij gemakkelijk en na een uur werkt eindelijk de ‘hoofdpijnpil’. Het koelt flink af, zodat ik bij de koffiestop toch maar een jack ga opzoeken. De wind zit ook niet echt mee, maar is nog niet zo heftig. Potgietersrus is een drukte van belang en omdat we daar niet zo'n trek in hebben, fietsen Tjeerd en ik maar door. Bij de spoorwegovergang waar het 25 kilometerlange grondpad begint, zien we al de anderen van de groep. We vertrekken als laatste en worden al gauw achterhaald door Monique in de bus. We tanken wat water bij, mijn bidon krijgt de nodige poetsbeurt (de service van de reisleidster gaat wel erg ver) en ‘het geploeter’ kan beginnen ... Geploeter, omdat we over grondpad fietsen, het zo nu en dan stevig hard waait en daarbij hebben we ook nog ‘vals plat’ (licht stijgende weg voor degenen zonder fietskennis). Het is dus flink (door) werken. Ik kan Ton en Miep helpen, doordat ik wel van de werking van mijn eigen pompje op de hoogte ben. Onderweg zie ik nog wat bokken en een blou-aapje. Het is best spannend om door zo'n omgeving (wildpark) te fietsen. En ik bereik rond kwart over vijf de camping, die ver van de ‘beschaafde wereld’ midden in dit natuurgebied ligt. Tjeerd is al bezig met de tent opzetten. Ik ‘assisteer met één hand’, omdat ik tussendoor telkens wat versnaperingen nuttig om de lege maag te vullen. ’s Avonds eten we een stoofpotje. We zitten weer lekker om het kampvuur en ik zoek na een stevige ‘grog’ (ik ga toch weer verkouden worden, merk ik) een warmer plekje om te slapen.

Al dinsdag … en wolken in de lucht die er dreigend uitzien. Deze dag een korte rit naar Polokwane/Pietersburg, waardoor we het ontbijt rustig aan doen. Het is tegen tienen als we de camping verlaten over het grondpad, wat me niet zo gunstig gezind is. Ik smak niet zachtzinnig tegen de grond. Als ik mijn weg vervolg komt Tjeerd me tegemoet. Hij heeft later zelf ook wat ongemakken en we ontdekken nog weer een nieuw talent van Monique. Als een cowgirl zorgt ze ervoor dat wij een bijna op hol geslagen koe met kalf kunnen passeren op dit grondpad. Na 14 km grondpad, worden we verzorgd met wat ‘coolingspray’ voor de schaafplekken en vitamientjes en kunnen we genieten van asfalt. Helaas komt de wind weer van voor en moeten we het nodige werk verrichten om Pietersburg te bereiken. Ook dan heb ik een jackje aan, want de wind is weer fris. De verrassing van vandaag is, dat we in het Kudu guest house (geen camping dus) verblijven. Hierdoor fietsen we nog 7 km door een wildpark en hebben we dus weer de mogelijkheid om wild te zien ... Het is echt genieten van zes giraffen, die voor ons lijken te poseren. Ik krijg er zelfs kippenvel van, zo mooi ... zo spannend om ze zo van dichtbij te zien. Het Kudu huis is prachtig gelegen in dit natuurgebied, maar we komen er eerst niet in. Geen van ons heeft de sleutel meegekregen en Monique moet het nodige regelwerk verrichten voordat een mannetje met de sleutel verschijnt. Ik neem ruim de tijd om mijn dagboek bij te werken, maar krijg op mijn ‘sodemieter’ (ik hoef er niet bij te vertellen van wie) met ‘geef jij je broer niet eens wat te drinken terwijl hij sleutelt aan jouw fiets’. En ’s avond laat Miep zich ontvallen: ‘Je schrijft toch wel alles op!’. Kortom: Het is heerlijk genieten van de rust, de luxe, het kampvuur (nog weer minder koud dan de vorige nachten) en de braai, waarop een lammetje is klaargemaakt door Monique ...

Fikse tegenwind naar Tzaneen. Lekker geslapen in een stapelbed, maar toch weer wakker geworden met hoofdpijn. We verlaten het natuurpark, waar de ‘drie-eenheid’ Truusje, Jaap en Erik nog een neushoorn spot. Het is deze dag een zware dobber met het fietsen, want al wat we fietsen het is alleen maar tegenwind. En dan is het ook nog niet vlak. Dus dat valt niet mee ... ook niet als je een goede windvanger, zoals ik voor je hebt. De eerste 45 km’s gaan dan ook langzaam voorbij. We doen hier wel drie uur over. Eigenlijk heb ik er dan al genoeg van. Tjeerd komt ook nog eens met de mededeling dat mijn band wel erg zacht is. Dit werkt ook niet echt motiverend. Maar dan begint de klim naar Magoebaskloof, een prachtige beboste bergpas. 10 procent en 3,5 kilometer lang. Ik fiets in ruim een half uur naar boven. Tot mijn verbazing gaat het lekker ... en dat na het lange geploeter in de wind. Dat ik een zachte band heb vergeet ik ook … Tjeerd verlies ik pas na 2,3 km uit het oog. Ik word op het laatste stukje 'bovengefloten' en krijg een ‘high five’ met ‘super’ van Monique. Dat trainen in Frankrijk en Namibië werpt z’n vruchten af. Ondanks de opkomende verkoudheid is mijn hartslag weer snel gezakt. Na een korte pauze beginnen we aan de laatste 50 km. Dit gaat een stuk makkelijker, doordat het grotendeels dalen is. Nog wel een pittig stukje grondpad, maar zelfs dat gaat lekker vlot voor mijn gevoel. Ik spurt dan ook over dit grondpad en kom als eerste op de asfaltweg, waar een heerlijke afdaling begint naar Tzaneen, bekend om haar uitgestrekte thee-, koffie- en tabaksplantages. Tijdens de afdaling klimt de temperatuur wat en breekt de zon zelfs weer door. We gaan naar een andere camping dan ik gewend ben. Maar het is een prachtige camping gelegen aan een meer. Het is daar lekker bijkomen van een zware tocht van 95 kilometer. Ik noteer een gemiddelde van 15,9 kilometer in mijn dagboek. Ruim zes uur in het zadel gezeten en ik ben blij dat ik mijn achterwerk kan verplaatsen naar een campingstoeltje.

Vandaag een rustdag, met regenachtig weer. Het is alsof de ‘duivel ermee speelt’ maar ik heb toch menigmaal op een rustdag ‘slecht weer’.  Het ontbijt verplaatsen we daarom naar de toiletgebouwen, maar is weer heerlijk luxe. Gebakken eitje (op wens klaargemaakt door Monique) erbij en super relaxed. Ik mag wensen dat het zo blijft deze vakantie ... Het bevalt me wel moet ik zeggen. Ik geniet van de aanwezigheid van Tjeerd, Monique, Ton en Miep en alle anderen van de groep en vermaak me prima. Na het ontbijt doet een ieder z’n eigen ding. Later rij ik met Monique mee naar het stadje, waar ze de huurauto weer inwisselt voor de bus (die een servicebeurt heeft gehad). Daar werk ik mijn website bij en vervoeg me later bij de rest van de groep om te lunchen. ’s Avonds gaan we uit eten bij een restaurant, wat ik ook nog niet ken van de vorige reizen. Het gezelschap is prettig en het eten is heerlijk. We maken een ‘nachtslaper’ wakker om door een gesloten hek weer op de camping te komen en zitten nog wat na onder het genot van een borrel. Tjeerd en ik plakken intussen ook nog een band met heel veel commentaar van de anderen.

Vrijdag naar Hippo Pools, een tocht van 110 kilometer. Tjeerd en ik vertrekken met de laatsten van de camping. We staan net na Tzaneen, ik herken de plek waar we de vorige keren op de camping stonden, al weer stil. Cor heeft een lekke band. Tjeerd is behulpzaam met het wisselen en Corrie en ik kletsen samen met Dick de tijd vol. We zien intussen ook nog een salamander, waarvan we een fotootje trekken. Daarna probeer ik mijn filmstand op mijn pocketcamera uit … Ik leg de twee mannen in actie vast, terwijl Corrie ook weer staat te filmen. Omdat de mannen ‘verstand hebben van het bandenplakken’, kunnen we al snel weer op pad. Het eerste gedeelte van de fietstocht is flink heuvelig, waardoor ik moeite heb om in het ritme te komen. Dat ‘op en neer’ is niet echt mijn ding … Maar na 25 km wordt het wat glooiender, waardoor we de koffiestop die pas op 60 km komt vrij gemakkelijk bereiken. Echt zonnig is het niet en ik merk dat mijn stemming ook niet al te zonnig is. Een bijna botsing met Tjeerd versterkt de humeurigheid nog eens. Even later bij ‘Fawlty Towers Hotel’ verschijnt er echter al weer een ‘glimlag’ op mijn gezicht door het humoristische bord voor het hotel. Bij de koffiestop ben ik dit gevoel weer helemaal kwijt als ik wat aandacht krijg van Jos, die me toch vooral aanraadt om strekoefeningen te doen. Hij laat me hierbij dingen doen, die mijn spieren niet zo gewend zijn en ook niet zo op prijs stellen. Ton heeft een lekke band op het moment dat hij op de fiets zal stappen. Hij krijgt assistentie van Monique (en dat terwijl ze daarover heeft gezegd dat we dat “vooral zelf uit moeten zoeken”), terwijl ik de filmcamera weer eens hanteer om die twee vast te leggen. Ik loop nog wat te rotzooien met het rookgerei van Monique voordat we aan de laatste 40 km beginnen. Dit valt een beetje tegen door de zware tegenwind. Het is wel heel mooi, want aan weerszijden van de weg zijn natuurparken. Dus weer kans op wild ... op het eind zien we nog wat bokken en een wrattenzwijn langs de weg lopen. En in Hippo Pools worden we ‘warm’ verwelkomd door Monique. Ik krijg even de indruk dat ze zwaar gestresst is door het geintje wat ik heb uitgehaald. Maar ze staat ‘te schelden en te tieren’ met de woorden ‘nu ben ik ook al strontverkouden door jou’. Het is daar genieten van de nijlpaarden (hippo's dus) bij onze huisjes langs de rivier en van een heerlijk warm bad, waar ik zelfs mijn voorgerecht geserveerd krijg. Het eten smaakt natuurlijk weer voortreffelijk en we zitten gezellig na onder het genot van een whisky (Cor heeft het goed met me voor, als hij mijn whiskybeker ruim inschenkt), amarula (een soort koffielikeur) en de dierengeluiden om ons heen …

De dag erna gaan we naar Blijde Poort. Een prachtige tocht, die zoveel makkelijker fietst dan vorig jaar. Ik geniet onderweg enorm van de omgeving, hoe lekker het gaat en van boven mijn hoofd rondcirkelende roofvogels … Vorig jaar op hetzelfde moment waren de roofvogels ook in de lucht. ‘Echt gaaf om dit mee te maken’ meld ik bij de pauze. Daarna begint de Abel Erasmuspas. Al in de eerste steile bocht vliegt mijn ketting eraf, maar met een geleerd kunstje (waarbij ik de handen schoon houd) heb ik die er snel weer op. Bijna twee uur klimmen over ruim 18 kilometer brengt me aan de top van de Abel Erasmuspas en de koffiestop. Daarna is het heerlijk afdalen, waarbij we de bus van Monique zowat bij kunnen houden. Het klimmen naar Blijde Poort gaat ‘spaak’ op de ketting, die ik blijkbaar stuk heb getrapt. Ik krijg al gauw een lift van een Afrikaan met een handig fietsenrek achter op de auto, zodat ik snel op de camping aankom. Daar gaan de blou-aapjes er met bananen en een papaja vandoor.

In Blyde Poort houd ik een echte rustdag, zoals het op zondag eigenlijk ook hoort: ‘hevig snotterend’ doe ik de was, lees wat, houd blou-aapjes en bavianen op afstand, terwijl de anderen onder leiding van Monique een spannende wandeling in de prachtige omgeving doen. Een enerverende wandeling want de eerste stapt in het water, een tweede loopt een winkelhaak in haar bovenbeen op. Net als ik weer terugkeer in mijn boek (een baviaan heeft een vuilnisbak omver geworpen), komt de derde luid schreeuwend en de apen van haar afslaand de camping weer op. Het is weer gedaan met de rust … ’s Avonds gaan we uit eten in het restaurant van de camping. Met Jos kletsen we wat na op de camping en proberen Monique en ik de opgelopen verkoudheid met een flinke grog (thee met dubbele whisky, honing en paracetamol) op afstand te houden.

Maandag 28 augustus: fietstocht naar Pelgrim’s Rest. In de nacht hoest ik alles bij elkaar en tijdens het ontbijt pak ik de ene na de andere tissue om de lopende neus te deppen. Toch vertrek ik voor de tocht samen met Tjeerd. Tjeerd maakt ‘een extra ommetje’ om het uitzicht op de Drie Rondawels te bekijken. Ik laat dit uitzichtpunt liggen. Ook Bourke’s Luck met zijn pothole formaties en de Blyde en Treur rivier laat ik voor wat het is, omdat ik mijn energie wil bewaren voor het fietsen. De omgeving waar ik doorfiets is al erg mooi en omdat ik het al twee keer eerder heb gezien, mis ik niets. Tijdens het fietsen merk ik duidelijk dat de verkoudheid goed gaat doorzetten. Na de koffiestop ben ik daarom meegelift naar God’s Window. ‘Wel makkelijk die bezemwagen’. Wat een uitzicht daar bij God’s Window … geweldig. Je snapt bij zo’n uitzicht meteen de naam van de plek. Vanaf daar stap ik weer op de fiets en laat me heerlijk afdalen naar Graskop. Halverwege zie ik een enorme ‘kudde’ (of is het nu een troep?) bavianen (zeker wel 50) over en langs de weg lopen. Ik ben blij dat ik weer op de fiets zit. Hoewel het na Graskop weer flink stijgen en zweten is in de steile klim van 10% en ik zowat naar adem snak … Ondanks de verkoudheid gaat het nog best goed. Ik kan zelfs nog genieten van de omgeving, maar dit komt misschien ook omdat ik deze pas slechts voor de eerste keer op de fiets doe. De eerste keer maakt toch altijd de meeste indruk. Omdat ik iedereen in Graskop achter me laat, arriveer ik ook als eerste op de camping. Daar settel ik me languit in het gras bij de rivier, luister naar muziek en bekijk de voorbijdrijvende wolken en droom langzaam weg in mijn gedachten … ’s Avonds bewonder ik een stralende sterrenhemel, waarbij alweer (net als gisteravond en vorig jaar) ‘de liggende maan’ is te aanschouwen en word ik gebeld door mijn moeder, die ik vorig jaar vanaf deze plek zelf heb gebeld …

Lydenburg of … lijdensweg. Het is een ‘lijdensweg’ vandaag met het fietsen. De Robberspas gelijk aan het begin van de route, heb ik maar weer gelaten voor wat het was, ik ben gelukkig niet de enige ... Daarna ben ik bovenaan de pas nog wel opgestapt, nadat Tjeerd eerst mijn lekke band verwisseld had. De wind kwam weer van voor, zodat we niet geweldig konden profiteren van de afdaling. Hierdoor viel zelfs het dalen zwaar en het laatste stukje naar Lydenburg heb ik daarom maar weer meegelift. Bij aankomst op de camping lekker in Monique's bed gekropen waar ik met behulp van een elektrische deken (‘de enige luxe van Monique’) ontzettend heb liggen zweten.

De stevige grogs helpen voor geen meter meer … en ik begin te hoesten alsof ik bronchitis heb. Dus vandaag weer in de bus tijdens een prachtige tocht over de Long Tom Pas. Het is goed weer en ik ‘baal er een beetje van’ dat ik ook nu weer de tocht niet kan fietsen. Desondanks is het in de bus toch genieten van deze mooie tocht. Terwijl de anderen Lydenburg verlaten, settelen Miep en ik ons bij ‘Vroutjies’ voor een kopje Douwe Egberts. Monique die inkopen doet, vergezellen we even later in de bus. De busrit over de Long Tom pas is zoveel mooier dan vorig jaar, toen we in dichte mist reden. Nu is het stralend mooi weer. Bij de Staircase houden we de koffiestop. Ik verbaas me over het feit, dat daar boven vrouwen met hun koopwaar uitgestald op kleedjes zitten. Een ‘snelle Jelle’ van de groep heeft dit uitzichtpunt en dus de koffiestop gemist. Wij doen ons tegoed aan al het lekkers, wat weer uitgestald staat op de trailer van Monique. En ik vermaak me een beetje met het ‘portretjes trekken’ van de anderen. Toch een teken dat ik me niet eens zo heel beroerd voel ... Bij de Long Tom replica, wat net na Misty Mountains (nu niet in de mist) te bekijken is, zien we ‘snelle Jelle’, die ook wel naar ‘Jos’ luistert, weer terug en hij krijgt daar de vermaning ‘je moet wat beter uit je doppen kijken’. In Sabie nuttigen we nog weer een bakkie thee bij een restaurant en krijgen anderen onderricht in het lezen van de route en wat een kruispunt nu precies inhoudt. Daarna volgt er nog een bultje of vijf ‘of zijn het er nu toch zes of zeven’ (‘zullen ze het opmerken en boos op me zijn?’ ) voordat we de huisjes bij ‘Aan de Vliet’ resort bereiken. Daar zoek ik na een lekker warm bad mijn bed op, om nog even uit te rusten voor het avonddiner.

Vertrek uit Hazyview naar het Krugerpark. In Hazyview sla ik eerst maar eens een zak medicijnen in bij de plaatselijke apotheek. Hopelijk gaat het vreselijke hoesten daarmee over. Daarna werk ik nog snel even aan mijn reisverslag in een internetcafé. In het Kruger Nationaal Park (ingang Phabenigate) krijgt Tjeerd mijn spiegelreflexcamera in handen … ‘jij mag je hiermee lekker uitleven, terwijl ik gewoon van het kijken geniet’. In het begin heb ik het er even moeilijk mee, als ik zeg ‘deze kant moet je zijn voor een mooi shot’ maar dan laat ik het los … Ik kan dan genieten van het kijken naar al het wild wat voorbij komt. Dit blijft heel bijzonder … Het is eigenlijk niet te beschrijven hoe mooi dit is. Je moet dit gewoon beleven. Al dit beleven maakt me echter erg vermoeid … zeker in mijn conditie. En terwijl iedereen, behalve Monique natuurlijk, ’s avonds een ‘echte gamedrive’ gaat maken, kruip ik nog eens mijn bed in. Iets minder comfortabel dan gisteren, omdat ik nu in de tent lig … maar niet minder nodig. Ik ‘ontwaak’ (ik slaap niet echt, maar dommel een beetje met muziek op mijn hoofd) pas, als de anderen met hun ‘wildverhalen’ terugkomen. Ik schuif nog wel aan bij het diner, maar het eten smaakt me niet echt en de aandacht die ik krijg staat me ook niet echt aan, waardoor ik al vroeg mijn bed weer op zoek voor een langere nacht dan de anderen …

Vrijdagmorgens om vier uur uit bed staat me sowieso niet zo aan, maar laat ik nu zeker aan me voorbij gaan. Terwijl Monique met de groep erop uit trekt voor een busrit door Krugerpark, slaap ik uit. ‘Lekker uitslapen’ is er niet bij, want ik hoest nog steeds de hele camping bij elkaar. Langzaam ontwaak ik dus, waarna ik schandalig lang ga douchen. Omdat ik de koffie niet kan vinden, plant ik mezelf met een kopje thee naast de tent in het zonnetje. Het Afrikaanse boek is interessant genoeg, maar toch word ik een beetje afgeleid door de buren die hun auto gaan poetsen (zij zijn dus ook al niet zuinig met water). Ze zijn met waterslangen in de weer en hun Afrikaans gebabbel probeer ik ook te volgen. Ze schenken me nog wat aandacht als ze beseffen dat ik degene ben die ’s nachts zo heb liggen ‘blaffen’. Als de rust bij de buren is weergekeerd, val ik zowat in slaap … Enige tijd later komt de groep al weer terug en krijg ik nog mooiere dingen te horen dan gisteren … De ‘big five’ is nog niet een feit, maar ze zijn al een heel eind op weg. Na alweer een luxueuze lunch (voor mij nog weinig verrassend overigens) vertrekken we van Skukuza naar Malelane. Onderweg zien we weer heel wat wild … ik kan niet meer opnoemen wat we allemaal hebben gezien. Hoewel ik heel veel slaap en/of op bed lig, ben ik behoorlijk duf … Ik word dan ook een beetje geleefd en trek me ’s avonds al weer voor een tijd terug in een super heet bad … Het eten smaakte me ’s avonds iets beter, maar al snel daarna duik ik weer mijn bed in …

Zaterdag 2 september: Monique belt voor mij een dokter, die ik als de anderen een prachtige fietstocht naar Swaziland beginnen, in Malelane bezoek. Bij de dokterspraktijk vul ik eerst een formuliertje met mijn persoonlijke gegevens in. Hierbij assisteert een vriendelijke jongeman in het Afrikaans (één van de elf talen in Suid-Afrika). Direct daarna kan ik doorlopen naar de spreekkamer van dokter De Bruin. Al snel komt de dokter de spreekkamer binnen en doe ik mijn verhaal in het Nederlands. Hij spreekt Afrikaans, maar dit leidt helemaal niet tot een Babylonische spraakverwarring. Al snel is de diagnose bronchitis gesteld. Enkele seconden nadat de man me vraagt of ik allergisch ben voor penicilline, belandt een spuit in mijn bil. Daarna krijg ik van de vriendelijke jongeman een zak met medicijnen mee, waarbij hij nog eens aardig toelicht hoe vaak ik iets moet innemen. Hij leert al snel een paar woorden Nederlands en ik pik weer wat Afrikaans op. Zo sta ik na een minuut of twaalf (is mijn inschatting want ik draag geen horloge) weer buiten. Hier kan je niet spreken van Afrikaans tempo … en dat nog wel op zaterdag. Als ik buiten kom is het al weer lekker warm. Omdat ik toch even op Monique moet wachten tot ze klaar is met boodschappen doen, ga ik op zoek naar een geldautomaat. De eerste is buiten werking, waarop een beveiligingsman (die eigenlijk wel bij elk apparaat te vinden is) me vriendelijk verwijst naar een ander. Daar zie ik al op afstand een grote rij staan. Niet normaal zo’n rij, zeker 30 personen. ‘Het loon is zeker net overgemaakt.’ In plaats van in de rij aan te sluiten, zoek ik de bus op. En wacht daar lekker in het zonnetje met een muziekje op mijn MP3 speler. Intussen onderzoek ik ook even wat voor medicijnen ik meegekregen heb. Een kuur van vijf dagen die hopelijk wél gaat helpen (de bronchitis resulteerde desondanks ook nog in een longontsteking). Als we met de bus op pad gaan, zien we even na Malelane een vrachtwagen op zijn zij liggen en komen we al snel de fietsers weer achterop. Als Tjeerd vraagt hoe het bij de dokter ging, weet Monique enthousiast te vertellen ‘ze heeft een dikke shot in haar bil gehad’ en maakt ze er een (hand)gebaar bij die mij doet vermoeden dat ze ervan geniet. Met de fietsers gaat alles goed en het duurt dan ook niet lang, voordat iedereen bij de koffiestop vlak voor de grens bij Swaziland verschijnt. Hier krijg ik weer volop aandacht voor mijn doktersbezoek, waar ik op dat moment niet op zit te wachten. De grensovergang vergt weer de nodige formaliteiten (zie mijn verslag van vorig jaar), maar ook dit verloopt voorspoedig. Na een stukje Niemandsland komen we al snel in Swaziland. ‘Dit land heeft het onvervalste Afrikaanse karakter, wat de fietstocht tot een bijzondere evaring maakt.’ De tocht van vandaag gaat nog grotendeels over asfalt, waardoor het nog redelijk fietsen is. ‘Wel oppassen voor de overstekende koeien en voor het laatste stukje wat wél over erg miserabel grondpad gaat en een dalingspercentage van meer dan 10% heeft.’ weet de routebeschrijving te melden. Met de bus is dit ook een helse onderneming en even wens ik weer dat ik op de fiets zit … ’s Avonds eten we heerlijke bobotie (de échte en die is heel anders dan die bekende Wereldgerechten van een zeker Nederlands merk) en lijken de medicijnen al aan te slaan, omdat ik me dan al beter voel.

Zondag en al weer een echte (noodgedwongen) rustdag voor mij, terwijl de zwaarste en spectaculairste tocht door Swaziland vandaag op het programma staat. Een beetje balen is het dus wel … Maar ik zal er verder niet over zeuren, want ik geniet nu op een andere manier. Mijn Canon staat vandaag niet stil … ik kan me heerlijk uitleven in de bus met het schieten van plaatjes van de fietsers. Vandaag gaat ‘50 van de 70 kilometer over grondpad over de Saddleback pas, wat een opeenvolging is van klimmen, dalingen, stijgingen en klimmen’ volgens de routebeschrijving. Bij de koffiestop ontpopt Monique zich als een creatieve schilder, als ze de trailer van tekeningen en bemoedigende teksten zoals “Fietsen, lekker hé?”, “Hallo schatten, keep smiling!” en “Pas op voor de heuveltjes’ in het stof voorziet. Het rode zand gaat overal in zitten … Ik maak vandaag een ware fotoreportage (goed voor het fotoboek) en zo wordt mijn ‘leed’ enigszins verzacht.

De dag erna doe ik weer een poging om te fietsen. Het begin vanaf Barbeton valt me al zwaar terwijl de route spreekt over ‘de eerste 20 km’s gaan glooiend door het veranderde landschap met uitgestrekte landbouwgronden en hier en daar een hutje’. Tjeerd raak ik dan ook meerdere malen kwijt. Bij het begin van de Nelshoogtepas is hij zelfs al uit het zicht. Langzaam kom ik vooruit en houd het toch nog 29 km vol, totdat de bus mij passeert. Hoewel ik nog niet helemaal uitgeput ben, zweet ik als een otter en dat terwijl het helemaal niet zo warm is. Ik stap daarom toch maar in want ‘echt lekker gaat het niet’. Na enig oponthoud bij Dick, die problemen heeft met z’n ketting spurten we naar de koffiestop. Dit redden we net voor de eersten daar arriveren. Het is bewolkt weer en ik doe me te goed aan een soepje. Ik warm nog verder op, als ik ’s middags op de camping in Badplaas een relaxed bad neem. Ik lig daar zowat drie kwartier te weken met muziek van Anouk. Heerlijk ontspannend zonder mensen om me heen. Dat heb ik zo nu en dan nodig …

De laatste fietsdag naar Dullstroom. Al bij het ontbijt is het lekker weer en zien we neushoorns lopen in de verte. Je moet wel over een goede verrekijker beschikken, maar toch … een heel bijzondere ervaring zo ’s morgens vroeg. ‘Niet iedereen weet dit op waarde te schatten.’ hoor je meerdere mensen denken. Terwijl de heren allemaal op de fiets stappen, stappen de dames bij Monique in de bus. Vandaag is weer een pittige etappe en om alles mee te maken is daar het gemak van het meeliften. Na enige persoonlijke verzorging verlaten we de camping. Al snel komen we de fietsers weer achterop en parkeren we de bus vlak voor de klim bij Skurweberg pas. Daar moedigen we de heren aan, waarbij een enkeling (het is wel te raden wie dat is) zich erg uitbundig uitlaat. Corrie legt dit vast op film en ik doe ook een poging. De mannen beginnen vol goede moed aan de klim. Bovenop de Skurweberg pas is al weer de koffiestop. We zitten heerlijk in de zon (even moet ik denken aan vorig jaar, het was toen erg mistig en erg koud) en ik vermaak me weer met het maken van portretjes. Sommigen gaan ‘erg vrijwillig’ op de foto. De fiets van Dick is nog steeds niet in orde en wordt vakkundig van een piepend geluid ontdaan. Daarna vervolgen we onze weg (‘lekkere daling zonder bochten … zzzoeffff’ waarbij ik Hille in volle vaart film) naar ‘Thembalethu Primary School’, een schooltje wat Monique al jaren aandoet. Ze zamelt geld in onder de deelnemers om wat voedsel of schoolbenodigdheden te kopen. Ontwikkelingshulp op kleine schaal, die erg dankbaar wordt ontvangen. Het is verrassend hoe stil en gedisciplineerd de kinderen in de klas zitten en hoe ze voor ons zingen. Sommigen hebben nauwelijks eten in de maag, maar wachten tot ze een teken krijgen dat ze aan hun net gekregen banaan mogen beginnen. Voor de ‘laatkomende’ fietsers zingen ze ook nog eens uit volle borst. Tot mijn spijt hangt het plafond in de klasjes na vijf jaar nog steeds naar beneden. Misschien moeten we maar eens een dag gaan klussen ... Toch lijkt er wel wat veranderd. Kwamen de kinderen vijf jaar geleden nog 10 tot 12 kilometer naar school lopen, nu wordt er een busje ingezet. En soms kookt de leraar op school voor de kinderen … Ook met de door ons ingekochte spullen. De fietsers doen daarna nog het laatste stukje grondpad en asfalt naar de Nederlandse nederzetting Dullstroom. Daar verwelkomt Monique de fietsers met champagne, waarbij het kostelijke vocht rijkelijk spuit. We hebben de luxe van een gezellig Country Hotel waar we eten in het restaurant en reikhalzend uitkijken naar de dag van morgen …

Mijn 39e verjaardag begint al om 0.00 uur ’s nachts in het Country Hotel. Dit wordt ingeluid door een verjaardagslied van de hele groep. Na de felicitaties door iedereen zingt Monique nog een ‘Afrikaans verjaarsliedjie’, maar ze komt nauwelijks uit haar woorden … zijn het de emoties of is het de verkoudheid die haar stem doet overslaan? Een verjaardagstaart en ‘springbok’ geeft nog meer feestvreugde. Na een heerlijke nachtrust (de medicijnen beginnen eindelijk een beetje aan te slaan) word ik bij het ontbijt verrast met slingers, ballonnen, verjaardagskaartje, cadeautjes en zijn de verjaardagstaarten met de tekst ‘Veels Geluk’ voorzien. Een mooiere verjaardag kan ik me niet wensen en ik kan mijn emoties nauwelijks de baas ...

We hebben in Dullstroom nog even de tijd om te winkelen. Tjeerd en ik hebben die tijd hard nodig, want we zijn uitverkoren om een ‘afscheidscadeau’ voor Monique uit te zoeken. We lopen winkel in, winkel uit … totdat we bij een hardwarestore komen. Daar vinden we een uitstekend cadeau, wat wel in de aanbieding lijkt te zijn. We kopen nog wat pakpapier en een kaartje en we lopen opgetogen terug naar het hotel. Maar we lopen daarbij ‘recht in de armen van Monique’, wie ik al op grote afstand ontwaar. Monique ons ook, zo blijkt later deze dag. We doen daarom verwoede pogingen om niet op te vallen - vergeefse moeite natuurlijk – en belanden op een terras eerder dan Monique. Daar pakken we het cadeau in en schrijven de kaart. Bij terugkomst in het hotel bel ik me moeder even. Ze ‘vergeet’ me gewoon te feliciteren, maar blijkt dit al op de voicemail te hebben ingesproken. Het is goed om haar stem weer even te horen …

Als laatste neem ik plaats in de bus voor onze busrit naar Johannesburg. Tijdens de rit bereid ik mijn ‘toespraak’ (waarvoor ik ook al weer als ‘uitverkorene’ aangewezen ben) voor Monique voor. Het valt nog niet mee, om dit allemaal uit mijn hoofd te doen. Maar ik ben een eind op weg, zodat ik het ’s avonds alleen nog maar even hoef uit te schrijven. Bij aankomst in Klip Els krijgen Tjeerd en ik de ‘bruidsuite’ toegewezen in het comfortabele gasthuis in een buitenwijk van Johannesburg. Enorm wat een luxueuze kamer. Een prachtige badkamer, waarvan ik het bad (vrijstaand in de badkamer) natuurlijk direct uit probeer. Hier zit ik echter weinig ontspannend, omdat ik de speech aan het voorbereiden ben. ’s Avonds eten we voor de laatste keer rond het kampvuur. Monique ontneemt mij het woord, als ik eindelijk mijn speech wil beginnen en bedankt ons voor de geweldige tijd die ze met ons heeft gehad. Dan kom ik uiteindelijk aan het woord – de zenuwen gieren me de hele avond al door de keel – en begin in het Afrikaans. Zo goed als ik maar kan, maar hier en daar ook in het Nederlands. Monique krijgt van ons een verlengsnoer op een katrol, want ze heeft diverse keren met verlengkabeltjes lopen klungelen op campings. ‘Amateuristisch én levensgevaarlijk’, weet een elektricien in ons midden te vertellen. Dus dit cadeau is welkom en kan goed gebruikt worden in het vervolg van de reizen.

De laatste dag in Johannesburg. Terwijl de anderen ‘een excursie onder leiding van een Afrikaanse gids naar de bekendste suburb van Johannesburg – Soweto (South Western Township)’ onderneemt, neem ik het er nog lekker van in ons gasthuis. Na een uitgebreid bad, wat overigens wel een beetje lekt, lees ik het eerste hoofdstuk van “Kuier in ‘n Plaaskombuis” – het verjaardagscadeau van Monique - in het zonnetje onder het genot van een vers bakje koffie. Met Monique vertrek ik later op de morgen naar het winkelcentrum, waar de anderen ook zijn afgezet.  Kort evalueren we de vakantie nog weer even op hetzelfde terras als waar we vorig jaar zaten. Mijn voorliefde voor Suid-Afrika blijft ook niet onbesproken. Daarna ga ik op zoek naar een CD met Afrikaanse muziek, die ik van het verjaardagsgeld van Ton & Miep mag uitzoeken. Al gauw heb ik mijn keus gemaakt. ‘Rots 2’, waarvan ik het eerste deel vorig jaar kocht en welke ik nu koop voor Monique. In de winkel kom ik Tjeerd, Ton en Miep ook al tegen, waarna ik mijn ‘weg vervolg’ met Tjeerd om een snelle lunch te nuttigen. Na de trailer met bagage in Klip Els gehaald te hebben gaan we naar het vliegveld. Het inpakken van de fietsen gaat niet zo vlot, maar we hebben alle tijd … we kunnen maar langzaam afscheid nemen van Monique, nadat onze bagage zorgvuldig is geseald in plastic. Dit laatste is tegen diefstal. Mijn ballon mag vanwege de veiligheid niet mee …

We moeten nog heel wat tijd overbruggen voordat we kunnen ‘boarden’. We lopen daarom wat souvenirshops in en uit. Ik krijg nog een mooi verjaardagscadeau in de vorm van een T-shirt en armbandje van Tjeerd en verwen me zelf nog eens met een bodywarmer. Een nachtvlucht naar Nederland brengt ons voorspoedig naar Schiphol. Daar is het afscheid nemen van de rest van de groep … sommigen nemen wel heel innig afscheid (zouden ze verliefd zijn?). 

8 september: Er is alweer een eind gekomen aan een fantastische vakantie in Suid-Afrika. Al tijdens mijn eerste reis naar dit land ben ik ‘aangeraakt door Suid-Afrika’. Ik ben eigenlijk verliefd geworden. ‘Niet alleen mensen hebben een ziel. Nee, je kunt net zo goed verliefd worden op een land, op een landschap, op het mysterie dat Afrika heet. Een liefde die heel intens is … ‘ (met dank aan Ton van der Lee voor deze beschrijving in zijn boek ‘De dans van de geesten’)

Hopelijk heb ik dit gevoel in dit reisverslag weten te verwoorden … misschien moet je zelf naar dit land reizen! Tjeerd heb ik in ieder geval kunnen overtuigen. Ben benieuwd wat volgend jaar gaat brengen …