Home » Roparun » training Friesland 2013

Roparun 2013: afzien, doorzetten en grenzen verleggen

Sommige dingen wil ik gewoon vaker doen, omdat de uitdaging van het afzien, doorzetten en grenzen verleggen blijft trekken. En wat is nu één Pinksterweekend afzien vergeleken bij mensen welke die afschuwelijke ziekte moeten overwinnen? Of niet eens overleven, zoals mijn vader? Ik draag dan ook graag mijn steentje bij aan het motto ‘Leven toevoegen aan de dagen, waar geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven’. Het wordt ongetwijfeld weer een prachtig ‘avontuur voor het leven’ met allerlei nieuwe uitdagingen vanwege het eerste vertrek van ons team vanuit Hamburg. Het genot om mee te maken, dat we met een lach en een traan weer als een hecht team aankomen op de Coolsingel in Rotterdam is voor mij de reden om weer (derde keer) mee te doen. En natuurlijk het liefst hardlopend of fietsend; beide zijn mijn passies en een sportieve prestatie neerzetten geeft mij een extra kick.

Op zaterdag 18 mei 2013 (in het pinksterweekend) gaat de 22e Roparun van start. Een unieke estafetteloop van Parijs en Hamburg naar Rotterdam met een bijzonder doel. Ons team vertrekt dit jaar vanuit Hamburg en is al volop in training. Zie op onze eigen site. Op de roparunsite kan je me sponsoren voor elk gewenst bedrag. Wil je sponsorloten kopen (€ 2,50 per stuk) stuur me dan een berichtje.


Enkele foto's van een ijskoude training in Friesland (en hieronder vind je het verslag):

It sil heve!

Training Roparun door Willy de Jong

Terwijl in het hele land de schaatskoorts uitbreekt, beleeft ons ROPARUNteam één van de koudste trainingen ooit in het hoge Noorden van Nederland.

In de vrieskou stap ik zaterdagochtend 19 januari om 9.20 uur de deur uit. Het is zo’n vier graden onder nul en koud. Het voelt echter veel en veel kouder door de wind uit het oosten. En laat ik nou net in oostelijke richting fietsen … Tijdens het fietsen krijg ik het daardoor toch behoorlijk warm omdat ik flink tegen de wind inbeuk.

Exact om tien uur fiets ik het schoolplein van de openbare basisschool Trimwalda in Giekerk op, als anderen ook arriveren. Voor mij is het de eerste roparun-training dit seizoen; ik zie dus weer bekenden van vorig jaar, maar maak ook kennis met enkele nieuwe leden van het team. Eenmaal binnen krijg ik het pas écht warm; heb ik toch te snel gefietst zeker. Een bakje koffie met cake warmt me nog verder op. Al gauw komt het gesprek met de fietsers op welke kledinglagen we allemaal aangetrokken hebben om ons te wapenen tegen de vrieskou. We fietsen onszelf niet warm met het tempo van de lopers, dus zijn we goed gekleed. Ik voel me bijna een Michelin vrouwtje met al die lagen. Gelukkig kan ik me nog bewegen. Tot mijn verbazing zie ik zelfs Ron met een lange broek …

Één teamlid laat even op zich wachten waardoor we wat later starten dan gepland. Tineke deelt ons in subteams in en Rina geeft ons nog de laatste taalaanwijzingen voor de routebeschrijving om niet te verdwalen in het Friese landschap. Daar zal ik toch geen last van hebben als oprjochte Frys. Als de vakantieganger (wat is ie bruin!) ook is gearriveerd gaan we van start voor onze eerste rondje.

Al in de eerste meters in de eerste straat van de routebeschrijving is de verwarring compleet; ik zie ver voor me uit een loper (team A met gele bus) als ik met Gerard het schoolplein verlaat (team B met blauwe bus). Na 30 meter pluk ik de al de afgewaaide oranjehoed van Irene (team A) van straat. En dan loopt Ron ineens naast me. Dat is er één teveel. Ik geef eerst de hoed af aan Niels in het gele busje en sprint dan weer naar voren, naar Gerard. Tineke blijft mij Ron fietsen, die in team A zit. Huh, team A vertrok toch voor ons? Dat gaat dus helemaal mis. Ons team waarschuwt het andere team dat ze hun officiële loper kwijt zijn. In de gele bus is dus de verwarring van het gezicht af te lezen; maar die loopt daar toch? Ja, maar dat is jullie extra loper die een paar kilometers meetraint. Dan is daar de eerste wissel al; Arjan neemt het ‘stokje’ over van Gerard. En Arjan vertelt mij over de verwarring van team A met de extra loper.

We zijn al bijna in Rijperkerk, of zoals het bord aangeeft Ryptsjerk. Bij de polder is het al aardig druk met toegestroomde schaatsliefhebbers. Wij verlaten de drukte als we afslaan (geen T-splitsing dus) naar Ryptsjerk. We komen op rustige Friese landweggetjes, wat varieert in de namen als wei en weg, paed en pad, dyk en dijk, en ergens een verdwaalde singel. Tineke heeft het route lezen aan mij overgelaten en ik fiets dus voorop. De route komt me bekend voor; twee jaar geleden was hier mijn debuut in de Roparun, als invaller voor het lopen (met deelname als fietser als gevolg). En de omgeving is me natuurlijk sowieso bekend, omdat ik ook in mijn eigen provincie fiets. We komen door Oentsjerk (Oenkerk), langs Aldtsjerk (Oudkerk) en maken een omtrekkende beweging langs Mûnein (Moleneind). Op het meest oostelijke deel van de route is de wind ijzig koud. We zijn dan vlak bij het Eeltsjemar en de Wide Moark (twee meren). We slaan gelukkig weer af naar Oudkerk, waardoor we de wind in de rug krijgen. Als ik een foto maak van een bordje (wat heb ik hier toch mee?), komt een wandelaarster naar me toe met de belangstellende vraag ‘Kinsto my fertelle wat dit is?’. In twee zinnen leg ik uit wat de Roparun betekent en ze is blijkbaar tevreden met mijn antwoord. Hoewel ik betwijfel of ze nu weet wat het precies is, omdat ik het gewoon in het Nederlands heb uitgelegd.

Niet veel later verlaten de auto’s even het parcours. Hier ging het destijds helemaal mis weet ik nog. Ik begeleid Yvonne op dat moment langs een fietspaadje door het weiland en over de Aldtsjerksterfeart. Als we het einde van het fietspaadje naderen, zie ik uit mijn rechterooghoek gelukkig een blauwe bus aan komen. Net op tijd. Ze hebben het dus gevonden. We vervolgen onze weg naar Bartlehiem. Je weet wel, van dat beroemde en beruchte Elfstedenbruggetje met de afslag naar Dokkum. Met lichte verbazing zie ik hier de eendjes nog volop in het water zwemmen. Het wordt nog niets dus met die Elfstedentocht … Het laatste stuk over de Caterlandseweg richting Giekerk is weer erg koud. Mijn tenen zijn al bijna bevroren en snak ik naar een pauze om me op te warmen. Bij het naderen van het Elfstedenmonument ‘It sil heve’ (een uitspraak van Sipkema bij de tocht van 1985) versnel ik weer even om de dames, Yvonne lopend en Tineke fietsend, vast te leggen. Niet lang daarna zijn we terug bij de school (al zijn we wel een straat te laat afgeslagen). Het eerste rondje van 36 km zit erop. Binnen worden we verwend met soep en broodjes. Ik heb het ook wel even nodig om op te warmen. De schoenen gaan uit en op de kachel … langzaam komen mijn voeten een beetje bij.

Op de middag gaan we weer op pad voor een route van 31 km. We maken nu eerst een omtrekkende beweging in Gytsjerk zelf en komen weer bij de Ryptsjerksterpolder uit. Daar is het nu een drukte van jewelste. Het lijkt wel of heel Nederland hier komt schaatsen. Bermen staan zo ver je kan kijken vol met auto’s van schaatsers en we moeten moeite doen om de schaatsliefhebbers op straat te ontwijken. We gaan nu via Hurdegaryp, Tytsjerk, de Lytse en Grutte Wielen richting Ljouwert (Leeuwarden). In de Bonkesleat ligt mooi glad ijs, maar ik zou me er nog niet op wagen. Het is slechts 3 cm dik. En je ziet daar dan ook niemand schaatsen. Chris, die op dat moment loopt, denkt terug aan zijn barbaarse schaats-Elfstedentocht van vorig jaar (met veel vallen en opstaan) als we de finishplek passeren. De kou trotserend voorziet Irene, nu als bijrijder en kaartlezer van Rick, Tineke en mij om beurten van een beetje (warm) water. Mijn bidon wil al niet meer open door de kou.

Dan gaat het toch nog mis. In Leeuwarden bij de Jumbo kunnen we niet linksaf, want bij de supermarkt is een rotonde en gaan we al rechts … Ik kan de routebeschrijving niet meer volgen; ik snap er niets meer van. Dan komt onze blauwe bus ons tegemoet rijden op de Lekkumerweg; ook dat klopt niet! Zij zijn het spoor ook bijster geraakt. Verderop in de beschrijving zie ik Snakkerburen staan. Daarom leid ik Gerard een wandelpaadje op, zodat we nog geen 500 meter later weer op de goede route zitten. Intussen rijdt de bus naar Lekkum. Als wij daar verschijnen, zie ik Irene met haar neus de verkeerde straat in wijzen. Heb ik dan weer een afslag gemist? Blijkbaar lees ik niet meer zo goed, als ik weet welke richting we op moeten. Dan volgt nog weer een koud stuk tegen de wind, weer over de Canterlanden en het ‘It sil heve’ bruggetje. Ik vraag me dan echt af waar ik de volgende T-splitsing moet aantreffen; het blijkt een afslag van het fietspad (de parallelweg over) te zijn waar de bus niet meer langsgaat. Yvonne, die het lopen in Friesland ervaart als in een openluchtmuseum, mag de looproute afsluiten. Tegen half vijf arriveren we weer in Giekerk. Ondanks de kleine slippertjes in het lezen van de routebeschrijving - we verdwalen niet zomaar - ging het trainen prima. De sporters hebben de gelegenheid even te douchen in de sporthal. En intussen wordt er flink slap geouwehoerd over navigatiesystemen door teamleden, die in mijn ogen te weinig beweging hebben gehad.

De cateraars hebben heerlijke nasi gemaakt; satésaus, gebakken eitje, kroepoek, sambal erbij. Alles smaakt heerlijk en ik geniet zelfs van een extra bordje. Ron bedankt ons allen voor de geweldige inzet; in het bijzonder de fietsers krijgen een pluim voor de meest kouwelijke rol van vandaag. Een aantal ondernemers uit Giekerk hebben ons gesponsord in het eten en drinken. Dan mogen we nog onze sponsorloten - ter verkoop natuurlijk - in ontvangst nemen. Zelf neem ik ‘n hele stapel mee naar huis.

Weer heerlijk opgewarmd en flink gegeten, kan ik de terugweg op de fiets wel weer aan. Ik heb dit keer voor de wind; dat gaat dus snel. Iets te snel in het donker, want de eerste de beste bocht mis ik al. Ik beland in de berm. Dan toch maar wat voorzichtiger aan, met de voorlamp op de middenstreep gericht. Het is ontzettend donker hier … twee fietslichten blijken zelfs drie tegenliggers te zijn en ik schrik me rot omdat juist de buitenste zonder licht fietst. Ook auto’s op de parallelweg verblinden me nagenoeg. Maar al snel nader ik Leeuwarden. Het lijkt alsof de maan al schijnt, de omgeving is al 2 tot 3 kilometer verlicht door de stad. De skyline van Leeuwarden is zo prachtig. Thuisgekomen heb ik precies 90 km op de teller van mijn hybride staan. Niet slecht voor een koude winterdag in januari. Het water in mijn bidon is nu bijna helemaal bevroren. Zo vroeg in het seizoen fiets ik anders niet, en zeker niet zo ver. Voldaan stap ik onder mijn eigen heerlijke warme douche.

Vol vertrouwen kijk ik uit naar onze volgende training. Oant sjen in Nijmegen!

Foto’s van George, Niels, Wil en Willy