Home » Roparun » Roparun 2011

Roparun 2011

Roparun 2011: Run to extremes: hollen en stilstaan!

Slechts 43 uur en 10 minuten en 40 seconden duurt ‘Een avontuur voor het leven’. In die tijd is het voor elk teamlid hollen - en stilstaan - van Parijs naar Rotterdam. Hoe ik het als fietser heb ervaren, lees je hier in dit verslag.

 Als zaterdagmiddag het startschot om half vier klinkt en de eerste teams onder luid applaus vertrekken, beleef ik al mijn tweede kippenvelmoment (1e bij het horen van de opbrengst van onze collecte bij het hoofdkantoor). Het is heerlijk zonnig weer al trekken in de lucht ook donkerdreigende wolken voorbij. Zullen we het droog houden dit weekend?

 De voorbereiding

Na het vertrek van de eerste teams hebben we nog alle tijd tot onze eigen start. Nog meer tijd om de innerlijke spanning, die ik bijna de hele week al voel, op te bouwen. We doen nog van alles: lekker eten (door de cateringploeg klaargemaakt), fietsen rijklaar maken, heerlijke massage, fotosessie met shirtjes in allerlei kleuren, reclamezuil op fiets monteren, nog meer foto’s van fietsers en fietsen, Roparun armbandjes kopen, routekaarthouder steviger vastzetten, omkleden, plassen, genieten van de muziek van onze buren van de Brandweer (team 112), etc. etc.

 De start

Om 19.35 uur (checkpoint 1) start de eerste loper van ons (sub)team. René wordt begeleid door drie lopers op de fiets en ze worden door andere teamleden uitgezwaaid. De rest van team A stapt in de bus bij chauffeur Rick en z’n routelezer Marion (wie zegt dat vrouwen geen kaart kunnen lezen?), omdat het eerste stuk van de route verboden is voor de busjes. ‘Maar waar is Tineke? Ja, die staat nog bij de start. Maar we moeten nu weg! Wie gaat haar halen?’ (ja, wie?) Even later komt ze hardlopend aan en even snel is ze weer hardlopend weg met Nico, onze masseur. Ze doen een wedstrijdje naar de wc. En bij de flitsende terugkomst (ook hardlopers?) gaan we op weg.

 Rick is verward of hij nu al bij de stoplichten ook al niet meer mag stoppen i.v.m. een stop&go van de organisatie bij ongeoorloofde acties van het team. Tijdens het Roparun evenement moet je gewoon aan de verkeersregels houden; dus ja Rick, gewoon stoppen bij ‘rood’ (net als in Rotterdam)!. Bij het 10 kilometer punt wachten we de lopers op. Eigenlijk ben ik dan al weer toe aan een sanitaire stop; dit mag echter niet volgens het Roparunreglement in het ‘wild’ dus houd ik mijn plas maar op. Niet heel veel later, komen de eerste teams al voorbijlopen. Enkele teams later komen onze lopers er aan. Ron geeft mij mijn fiets over en dan gaan Tineke en ik voor het eerst op pad met Piet. De spanning van de afgelopen dagen laat ik eindelijk los als ik begin te fietsen.

 Het is lekker hardloopweer met een graad of 16 en ook op de fiets is het heerlijk. De lopers hebben een flink tempo, zo’n 15, 16 km per uur, waardoor het prettig fietsen is. De lopers René, Ron, Piet en Gerard (voor de laatste is het ‘n echte Oparun) wisselen elkaar telkens om de 2 km af en Tineke en ik fietsen voor en achter de loper. Het fietsen is als een rustpunt na een dag vol spanning. Het Franse landschap met korenvelden en ondergaande zon glijdt langzaam voorbij. Het is nog even wennen aan het route lezen, het tempo van de loper (niet elke loper loopt even snel) en aan het gebruik van een stadfiets in het licht heuveligachtig terrein. Maar al snel geniet ik van de omgeving en het buiten zijn. Als het begint te schemeren nemen de lopers het weer over. Er volgt een stuk verboden gebied van 15 km voor de busjes en de lopers moeten zich weer alleen redden. Met de bus rijden we een stukje terug naar Plailly om eindelijk de druk van de blaas te kunnen beëindigen. We vervolgen onze weg naar Rully, waar team B het (denkbeeldige) estafettestokje over gaat nemen. Hun eerste loper, Sjouke staat al te springen in z’n (zomer)hardloopoutfit om te beginnen. Of komt het door de opkomende nachtkilte dat hij bijna een gat in de lucht springt?

 In recordtijd komt ons team aanlopen en fietsen. Voordat ik het weet is team B al weg. Niels heb ik in de haast nog succes gewenst, maar verder heb ik nauwelijks iets gezien van de aflossing. René is helemaal hyper, als hij opgewonden vertelt hoe hij de weg op de fiets was kwijt geraakt. Hij heeft op mijn fiets een paar kilometer (exact 2) extra weggetrapt. Ik kijk vol ongeloof naar het gemiddelde op de teller; 15 km per uur (officiële meting 13,59 km). Ze lopen wel ongelooflijk snel. De eerste 50,9 km zitten er op. De kop is eraf!

 Op naar de eerste rustplek

Even later bereikt team B al om 23:51:26 met 30 minuten voorsprong op het schema van 12 km per uur checkpoint 2 op 51,2 km. Intussen gaat team A, wij dus naar de volgende aflossingsplaats. Team A is voor het eerst helemaal compleet (Wie is die man die telkens ontbrak?) in de bus, maar dat zou je aan het geproduceerde geluid niet echt zeggen. Het is erg stil achterin. Zelf zit ik voorin en vraag Marion aan te geven wat de volgende etappe is, zodat ik de route alvast klaar kan leggen.

 Zo’n 50 km verderop bereiken we Plessis-de-Roye, waar de cateringploeg van Nijmegen bij de burgemeester een partytent heeft opgezet en een slaapplaats voor ons (en team Nijmegen) op het laatste moment heeft kunnen regelen (oorspronkelijke was niet open, of zoiets). Het begint echt koud te worden; de partytent biedt enigszins bescherming, de met rijkelijk vlees gevulde soep en macaroni doet de rest om ons een beetje op te warmen. Ik kan me niet herinneren, dat ik ooit zoveel (overigens maar halve porties) ’s nachts heb gegeten.

 Daarna zoeken we een luchtbedje op. Diverse lopers van ons team liggen al plat op de rug-aan-rug liggende luchtbedjes (er kan geen half luchtbedje meer bij). Ron (Is dat die man die in onze bus hoort?) ligt zelfs drie hoog en lijkt vredig te slapen! Doordat ik weinig tijd denk te hebben als we weer opstaan ontkleed ik me maar half en duik om 1.30 uur mijn slaapzak in. Rick (een bedje verder) staart me aan, als ik me installeer in mijn slaapzak met mijn nekkussen. Lekker slaap!

 Zodra mijn rug op het bed beland, merk ik al het tikken van een of andere klok op. Verder is het nog vrij stil. Maar als Rick nog geen vijf minuten later een lichte start maakt met een soloconcert doe ik toch maar een oordopje in. Slechts eentje omdat ik op mijn (rechter)zij slaap. Ik dommel misschien een beetje en probeer te slaap te vatten. Het gesnurk komt echter dwars door dopje en hoofdkussen heen! Ik probeer me te concentreren op mijn eigen ademhaling; dat lukt aardig, maar nu krijg ik het toch koud. Ik blijf angstig stil liggen om het maar niet kouder te krijgen. Net op het moment dat ik écht lijk weg te dommelen, schudt Marion aan mijn slaapzak. ‘We moeten gaan. Het andere team is er bijna.’ Half versuft zit ik mijn slaapzak, blijf even zitten en denk: ‘Wat moet ik nu eerst doen?’ Komt Marion al weer aan ‘Ze zijn al op de wisselplek, dus jullie moeten opschieten!’ Dan kom ik in actie: slaapzak en kussen in de tas, schoenen aan, extra broek ‘waarom kan ik niks vinden, in die tas?’, extra jack, tas naar de bus, nog naar de wc, ‘shit, bezet’ zie ik aan de emmer voor de deur, trappelend voor de deur vraag ik me af waarom diegene zo lang moet duren, de deur gaat open en een mij onbekende man verschijnt (zeggen ze dat vrouwen lang werk hebben!) dan snel naar het toilet, nog een veiligheidshesje aan, lampjes allemaal aan, achter Tineke aan, die de tuin van de burgemeester nog even omploegt met haar fiets … arme bloemetjes.

 De tweede etappe

En op de fiets door de ‘vrieskou’ (zo voelt het tenminste) op weg naar het wisselpunt. Inmiddels is de bus ook weer bij ons. ‘Maar waar blijft dat andere team nou?’ Er wordt gebeld. ‘Waar zijn jullie?’ ‘Bij het wisselpunt!’ ‘Nee, daar zijn wij! Waar zijn jullie dan?’ Blijkt team B al 5,3 km verderop te zitten. CP 3 op 100,6 km zelfs al voorbij (bijna 53 minuten voor op schema).

 We zetten de achtervolging in. Met de bus is het een makkie, maar op de fiets valt het niet mee. Net ‘wakker’ en dan sprinten op een stadfiets over heuvelig terrein … het lijken nu wel bergen in het donker, omdat ik niet kan overzien wat er komt. Ik weet niet op tijd te schakelen, zodat ik veel te zwaar fiets. Als ik de wisselplek bereik, zweet ik me – ondanks de kou – te pletter. ‘Mag ik rust?’ Team B is al weer weg en na een paar slokken water vervolgen wij de estafette. Pfff … voor mij weer rustig fietsen.

 Zo in de nacht fietsen is wel bijzonder. Mijn voorlicht geeft goed licht en ik zorg dat de loper mijn schijnsel precies voor z’n voeten heeft. De loper heeft zodoende goed zicht op de weg, om eventuele kuilen te vermijden.  Ergens op de route in een of ander dorpje (ik weet echt niet waar) is de weg zo slecht, dat Ron die op dat moment loopt ons echter waarschuwt voor alle kuilen en hobbels in de weg. Op de fiets hebben we er soms meer last van …

 Vanwege het bewolkte weer is de maan deze nacht niet zichtbaar. Tegen de ochtend steekt er een mist op. Als we een kanaal naderen (vlakbij Offoy) is het zicht bijna weg (Mis ik hierdoor dat er een loper wordt gewisseld?). IJzige koude vlagen komen ons zo nu en dan tegemoet. Ondanks de kou heb ik het door de (lichte) inspanning niet echt koud. Ook warme handen zónder handschoenen.

 De opkomende zon over de weilanden is prachtig om te zien. Ik wens dat ik toch een fotocamera bij me had gehad. Zo mooi hoe de dag wordt ingeluid; in de dorpjes laten de hanen van zich horen maar verder is het stil op straat. We zien alleen zo nu en dan een ander team. Dit lijkt als file rijden, soms zit je boven op elkaar. De andere keer zie je tijden lang geen ander team. Een boer besproeit zijn land – en de weg – met een sprinkler installatie. Het is even uitkienen dat we op de juiste tijd voorbij lopen en fietsen, om niet al onderweg gedoucht te worden. Als ik voorbij fiets en achterom kijk, zie ik een mooie regenboog in de straal van de sproeier. Wij blijven gelukkig droog.

 Bij CP 4 op 156.1 km wisselen we weer met team B om 7:46:03 (49 minuten voor op schema). Onderweg heb ik al een bekend teamnummer op een busje zien staan en bij dit checkpoint zie ik mijn vakantievriend Han van team 89 (Estronrunners) fris aan de kant van de weg staan. We kennen elkaar van een fietsvakantie in Namibië vorig jaar en gaan dit jaar (toevallig) ook weer met elkaar weg. Hij moet nog van start als fietser voor zijn team. Voor team A zit het er weer even op. Na een snel (stinkend) toiletbezoek in zo’n dixie (mooi dat ze er zijn) gaan we weer de bus in. We moedigen de lopers van team B onderweg nog even aan, als we hen voorbijrijden.

 Als Rick door een motorrijder (van de organisatie) wordt gemaand om de lopers en fietsers voorbij te gaan bij een doorgetrokken streep (zelfs ik weet wat dit betekent), krijgen we in vlagen mee (lees: omsamenhangend verhaal, maar dit kan ook aan de ontvanger liggen) dat hij eerder op de route een waarschuwing heeft gekregen voor gevaarlijk inhalen. Hij is enorm verbolgen … en terecht, denk ik dan. Niet veel later heb ik toch even twee tellen mijn ogen dicht om vervolgens weer wakker te schrikken.

 Solesmes, de tweede rustplaats

Het is ontbijttijd als we de volgende rustplaats in Solesmes bereiken. Bij aankomst neem ik eerst een heerlijke douche en ben weer helemaal fit. Ik vraag aan Nico of hij me later even wil masseren. Eerst maar wat eten: De catering heeft pannenkoeken; een pannenkoek met spek gaat er bij mij lekker in als ontbijt. Hierna geeft Nico mij de gevraagde massage aan mijn nek en schouders. Als ‘herboren’ loop ik weer rond en sleep mijn luchtbedje en slaapzak naar buiten. Daar liggen al verschillende teamleden op het grasveldje te slapen. Zelf pak ik er een muziekje bij en ga lekker op mijn slaapzak liggen. Het is heerlijk in de zon en lekker rustig om me heen (lees: geen snurkende mensen). Na een tijdje trek ik mijn benen toch maar in de slaapzak, want ondanks het lekkere zonnetje waait er een frisse wind. Mijn voeten zijn intussen ijskoud geworden. De slaap kan ik nog niet vatten, maar genietend van de muziek rust ik toch lekker uit.

 Om kwart voor elf besef ik dat het zondagochtend is, als ik de klokken van een (heel) dichtbij zijnde kerk hoor. Het lijkt alsof het gebeier nooit weer op houdt. Mijn rustmoment is wel over. Ik ga me daarom maar opfrissen en reorganiseer mijn tas een beetje, zodat ik het allemaal weer wat sneller kan vinden. Ik denk alle tijd te hebben, als Carry ineens op de wc deur klopt dat we alweer weg moeten. ‘Dat kan toch niet, we hadden nog alle tijd’ vraag ik me vertwijfeld af. Grinnikend loopt Carry weg, zodat ik weet dat ze een grapje maakt. Nog geen 2 tellen later roept Tineke mijn naam: ‘Willy ben je daar? We moeten weg! Ze zijn er over 10 minuten’ ‘Ja daag, ik geloof het niet meer’ is mijn koele reactie, maar ik geloof niet eens dat ze dit nog hoorde. Zij meende het wel serieus. Als ik even later rustig met mijn tas naar buiten kom, wordt ik bijna gemaand om maar snel mijn tas in de autobus te zetten.

 Dan wordt er weer gebeld door team B. Ze zijn er (pas) over drie kwartier. Vol ongeloof kijk ik de boodschapper aan, om vervolgens maar weer naar binnen te gaan. Ik geniet in alle rust nog een bakje koffie met een kleine versnapering. En daarna lig ik nog even op een luchtbedje in de schaduw. René leest voor uit een Donald Duck en de dames Carin en Carry zorgen voor de bijpassende bewegende beelden. Hebben zij hun roeping misgelopen? Ik geniet deze extra pauze.

 Etappe 3 – België in zicht

Om ongeveer 12 uur gaan we weer op weg. Team B staat al weer een stuk verder, het is dus weer flink doorfietsen naar checkpoint 5 waar we om 12:10:14 uur het stokje weer over nemen. We zitten op hier 213.9 km en al één uur en 14 minuten voor op ons schema. De route leidt door een rustig Frans landschap, waar we veel andere teams voorbijkomen. Kleine dorpjes en lange wegen door een redelijk vlak landschap met hier en daar een (pittig) heuveltje. Menig team zie ik langs de kant van de weg de Roparunreglementen overtreden (je kan wel raden waar dit over gaat), maar de organisatie gaat hieraan stoïcijns voorbij. Waar de organisatie meer oog voor heeft is, het fotograferen. We worden alweer gekiekt (en zijn veelvuldig terug te vinden op de site).

 Bij kilometerpunt 250,3 op de route passeren we de Belgische grens en dit merk je direct. In Ouievrain is het een drukte van belang; en het is nog opletten ook. Linksaf, rechtsaf, weer links, nog een keer links, weer rechtsaf. De routebeschrijving is prima, maar hier en daar toch wel eens wat wazig (een T-splitsing ziet er toch anders uit). Hier levert het echter geen problemen op. Tineke vraagt me onderweg soms waar we op de beschrijving we ons bevinden. Ze wordt afgeleid door de loper, of leidt zij Ron nou af? Het is maar goed dat er iemand op let …

 Ergens tussen Thulin en Hainin gaat het mis, ik trap mijn ketting eraf. Ik moet twee keer schreeuwen om Tineke en Ron te waarschuwen. Ik bel eerst Marion; neemt niet op. Dan probeer ik Rick; het duurt lang maar hij neemt toch op. Ze komen me halen. Met mijn fiets aan de hand loop ik verder. Nog geen drie minuten later komt de bus al op me af. Ik krijg de reservefiets, krijg eigenlijk nauwelijks de kans om het probleem uit te leggen, en zit al op de fiets in de achtervolging naar de loper en fietser. Ik heb ze gauw genoeg ingehaald, maar kan niet fatsoenlijk op het zadel zitten. Het zadel is veel te hoog voor mij. Mijn spieren krijgen zo even andere beweging. Tot mijn verbazing zie ik nu ook weer een loper op de fiets van Tineke zitten (vanwaar deze wisseling?). Niet veel later bereiken we een dorpje en checkpoint 6. Het is 15:57:47 uur en we zijn bijna op de helft (265,3 km) en onze voorsprong op ons schema is al weer met een half uur uitgebreid. Team B komt weer in actie en het probleem met mijn ketting wordt druk geanalyseerd. Het calamiteitenteam is al ingeroepen en ook al aan het knutselen terwijl de fiets nog op de bus hangt. Eerst maar naar de volgende rustplaats. Ergens bij Lennik, als ik het goed onthouden heb.

 Rustplaats nummer drie

Daar aangekomen mag ik me niet bezighouden met het mankement van de fiets. Hier is het calamiteitenteam voor; Wil en Denise blij dat ze eindelijk iets te doen hebben? Ik baal licht van het euvel, maar ik vertrouw erop dat het duo (met Rick geloof ik) een oplossing bedenkt. Met de anderen van het team vervoeg ik me in de sportkantine bij het verzorgingsteam van Nijmegen. De dames hebben weer een voortreffelijk soepje gemaakt en verwennen ons ook nog met tosti’s. Na deze heerlijke versnapering – wonderlijk hoe je kan blijven eten deze dagen – ga ik even douchen. De douche is als een ware massage met zijn harde straal. Nico masseert intussen mijn ketting (die er weer om zit) in met slaolie. Als ik me installeer op een luchtbedje, lig ik weer naast Rick. Hij heeft me gewaarschuwd ‘Weet je wie er op het luchtbedje naast je ligt?’ Ik zei dat dit niet uitmaakte, ‘of je nu naast me ligt, of 15 meter bij me vandaan (we hadden hier gelukkig meer ruimte ter beschikking) dat gesnurk hoor ik toch wel!’

 Het snurken heb ik niet meer mee mogen maken; nog geen twintig minuten later werden we al weer ‘gewekt’ dat het andere team bijna bij het wisselpunt was. Dus bed maar weer uit! Fietskleren maar weer aan, nog zachtjes doen ook om het team van Nijmegen niet wakker te maken. En zodra ik buiten de slaapplaats kom, wordt ik direct weer ‘opgejaagd’! Denise is zo lief mijn tas naar de bus te brengen en regelt zelfs nog een kopje koffie voor me. Hiervan heb ik een paar slokken tussen de bedrijven door (weer meer kleding aan, de avond is al weer begonnen) weggewerkt, maar laat het meeste toch staan. Bij de bus wachten we echter weer (de bagage zit er nog niet helemaal in geloof ik); had ik toch nog meer koffie kunnen drinken.

 Etappe vier – Fietsproblemen

Dan maar weer op stap; ik doe rustig aan maar trap met gemak de ketting er weer af. Nico komt aangesneld om ‘m er weer op te leggen. Ik zie er al echter geen heil meer in. Nog twee keer trappen, ketting er weer af en ik geef het op. Fiets wordt ingeladen in de calamiteitenbus en ik neem plaats in de teambus. Even later staan we al op het wisselpunt en maken we de reservefiets in orde. Het zadel naar beneden (zover het kan), fietstasjes achterop en routebeschrijvinghouder (leuk scrabblewoord) aan het stuur. Het is zo gepiept doordat vele handen helpen. Dan is het toch nog wachten op team B. ‘Waar blijven ze nu?’ Het checkpoint (nr. 7) passeren ze om 19:56:49 uur (onze voorsprong loopt al uit naar twee uur!) en 1 km later zijn ze bij ons.

 We vervolgen onze weg langs een smal fietspad, waardoor het lastig is om andere team in te halen. Het is bovendien niet gemakkelijk fietsen voor mij, doordat het zadel nog steeds te hoog is. De suggestie van Piet ‘je moet blokken op de trappers hebben’ geef ik nog eens als tip aan. ‘Wellicht dat het calamiteitenteam iets kan verzinnen om op te trappers te monteren, zodat ik wat beter kan fietsen.’ Intussen wordt het steeds drukker op de route.

 In Opstal maken we een kronkelweg door het dorpje en ligt de rode loper uit en staat enorm veel publiek langs de dranghekken. René waant zich bijna kampioen door het geapplaudisseer en gejuich en Tineke en ik houden hem (bijna) niet bij door die smalle straatjes. Niet veel later zijn we in Lebbeke, waar het calamiteitenteam iets heeft bedacht voor de trappers. Wij (fietsers en lopers misschien ook) maken van de tijd gebruik om naar de wc te gaan. Het lijkt een prima oplossing, een verhoging van de trappers met een soort reflector. Maar niet heel veel later, als ik kracht moet zetten, glijd ik al van de trappers. Nog een keer gaat het bijna mis, als ik mijn waterflesje terugzet in de fietstas (achterop). Ineens sta ik met beide benen aan de grond. Dit gaat niet goed komen. Ik kies voor zekerheid en gebruik nu toch maar weer de ‘gewone’ kant van de trapper.

 De lopers vervolgen hun weg bijna stuk voor stuk nog met dezelfde snelheid. Het is ongelooflijk hoe hard sommigen kunnen lopen; ik ben jaloers op dat tempo. Mijn fietstempo is normaal natuurlijk veel hoger, maar met een stadsfiets kan ik mijn fietstempo goed aanpassen aan de loper. Behalve dan als René (hij is al weer de gelukkige) door het al donkere maar oh zo verlichte en gezellige Dendermonde loopt. Hij gaat hier als een speer, haalt ook nog andere teams in en geniet zichtbaar van de belangstelling (zelfs het cateringteam is op komen dagen) en het is voor Tineke en mij weer niet bij te houden. Het volgende feest was in Zele en ik geloof zelfs (zeker weten doe ik het dus niet) dat René hier al weer mocht lopen.

 Na al dit spektakel passeren we checkpoint 8 (op 378,7 km) om 01:04:55 uur en liggen ruim twee uur voor op ons schema van 12 km/uur. Het gemiddelde ligt nog op 12,84 km/uur. Bijna tien kilometer later volgt onze aflossing weer en gaat team A de nacht in.

 De laatste rustplek … in Nederland!

Onze laatste rustplaats onderweg is in Hoogerheide daar is onze cateringploeg weer aanwezig. We zijn weer op Nederlandse bodem. Hoewel het midden in de nacht is heb ik eigenlijk helemaal geen slaap. Als Rina (verzorger) ons de slaapplaats in een grote sporthal toont, komt de kou ons tegemoet. Ik weet het zeker, hier ga ik zeker geen oog dicht doen. Na weer een heerlijke douche (zo lekker was ie eigenlijk niet) ben ik weer lekker fris. Bij Elsa, die een keur aan mogelijkheden heeft, bestel ik een gebakken eitje. Dit smaakt ook lekker, al is het midden in de nacht. Daarna reorganiseer ik weer rustig mijn tas, welke inmiddels al weer een vrij rommelig indruk maakte.

 Voor mijn gevoel was het niet heel veel later – ik was nog rustig bezig met mijn tas – als de mededeling van vertrek al weer werd aangekondigd. ‘Moet ik toch nog snel?’ denk ik enigszins verbouwereerd. Met gemak echter ben ik op tijd klaar voor vertrek. Maar dan: er wordt gebeld, mensen lopen heen en weer, alle tassen zijn nog lang niet bij de bus, er wordt druk overlegd … We hebben zoveel tijd ingelopen (op ons eigen schema maar ook) op het team van Nijmegen, dat de cateringploeg nog lang niet weg kan uit Hoogerheide. Zij komen dan te laat aan op de Coolsingel. Dit kunnen we alleen maar oplossen door noodgedwongen pauze te nemen van anderhalfuur.

 We hebben dus weer rust. Heerlijk aan de koffie. In die tijd regel ik ook even met Nico, dat hij me nog even masseert. Hij en Rick willen gelijk sprinten naar de bus om massageolie te halen. ‘Rustig, rustig. Drink eerst even de koffie op. En dan …’ maan ik de heren, die het goed met me voorhebben. Nu komen bij de massage niet alleen de nek- en schouderpartij aan de beurt, maar vraag ik Nico ook iets aan mijn kuiten te doen. Daar is het met die hoge fiets gelijk in geschoten. Dat is een pijnlijke massage en ik moet me aardig verbijten om het niet uit te gillen. Op de andere massagetafel wordt Niels onder handen genomen door Jannette en Rina. Hij heeft een blessure opgelopen, maar zijn been wordt vakkundig getaped door de dames.

 De laatste etappe … Finish in zicht!

Dan moeten we al weer weg. In Ossendrecht doen we een rustig ritje. Het verzorgingsteam is ook mee, om alle aanmoedigingen van de inwoners in ontvangst te nemen. Na Ossendrecht vervolgt ons team de route. Ik snel even vooruit om gebruik te maken van het toilet bij het checkpoint vier kilometer buiten Hoogerheide. Ik ben nog maar net klaar of Tineke komt er al aan met Piet.

 Checkpoint 09 op 433,6 km passeren we om 07:36:37 uur en onze voorsprong op het schema is nog slechts een kleine 7 minuten. Het is inmiddels niet meer helemaal droog; het spettert wat en het is erg triest in de lucht. Met het fietsen heb ik het eigenlijk wel een beetje gehad; het fietst ook niet echt lekker op zo’n hoge fiets (lees: mijn billen vinden het niet fijn), maar de spirit van de lopers helpt me er wel doorheen. Bij kilometerpunt 441 sta ik mijn fiets weer af aan een loper, vanaf nu is het verboden gebied voor de busjes. Tineke fietst dit gedeelte nog mee tot het laatste wisselpunt bij Dintelmond. Checkpoint 10 is dan 3 km geleden gepasseerd om 10:20:31 uur en voor het eerst liggen we achter (nog geen 8 minuten) op het schema.

 In Dintelmond (466,4 km) vindt de laatste wissel plaats. De lopers van team B overbruggen samen met Eddy (fietser) de laatste 56 km. Ze treffen het niet meer met het druilerige weer. Ondanks het weer lopen ze lekker door. Ze passeren checkpoint 11 op 504,5 km om 13:32:01 uur met weer een ruime 5 minuten voorsprong en het laatste checkpoint (net voor de Erasmusbrug) om 14:45:40 uur (met al weer 7 minuten marge). Een geweldige teamprestatie: in 43 uur, 10 minuten en 40 seconden een afstand van 520,4 km afgelegd. De van te voren opgegeven snelheid van 12 km is met 0,05 overschreden! Wat een timing! (en dan kunnen de lopers ook nog sneller!)

 Bij het laatste checkpoint komt team B weer samen met de catering, verzorging, calamiteitenteam en team A. Met z’n allen (26 in totaal) vervolgen we onze weg naar de finish op de Coolsingel, waar het filelopen is. Hierdoor duurt het allemaal wat lang (lees: erg lang), waardoor bij mij het euforische moment van over de streep gaan een beetje uitblijft. Ben je de hele tijd aan het hollen, en nu is het weer stilstaan en slenteren totdat je bij het stadhuis op de Coolsingel de échte finish heb bereikt!

 Desondanks is deze Run to extremes, een avontuur voor het leven! welke ik voor geen goud had willen missen! Voor mij is deze ‘once in a lifetime opportunity’ voor herhaling vatbaar!

 p.s. Alle tijden heb ik niet bewust meegemaakt tijdens de Roparun (ik draag ook geen horloge), maar zijn achteraf achterhaald via de website van de Roparun (doorkomsten checkpoints en sms-jes verstuurd door subteams)